Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
tc8 os U E S C H I £ O e N I s
voornaaraften des volks, vereenigden zich ,
waarlchijulgk ter plaatfe waar toen de ïaber-
kel ilond, en hielden zoo het Cchiint, eenen
algemeenen vast. en bededag, fuieekende oot-
moedig den Heer, om uitkomst en verlosfing
uit hunne ellenden.
Jan. Verhoorde en hielp de Heer hen nu
ook weder op hun gebed. Vader?
Vader. Aandonds werden zij ditmaal niet
verhoord, Janl zij ontvingen, hetzij door den
Iloogepriester of door eenen profeet, een weige-
rend antwoord; luistert eens met opmerkzaam-
heid , kinderen! naar de taal der beleedigde
Godheid. „ Heb ik u niet gered uit de magt
„ van al uwe vijanden, wanneer zij u verdruk-
„ ten, en'gij tot mij om hulp riept? Maar
^ gij lieden hebt Mij verlaten, en andere goden
„ gediend; daarom wil ik ulieden ook niet meer
. „ redden. Gaat nu henen en roept die goden
„ aan, dien gij u zeiven verkozen hebt; laten
„ die u nu, in dezen tijd van nood, verlosfen."
Hendrik. Wat zullen nu de Israëliten op
het hooren van deze woorden bedroefd zgn ge-
weest!
Vader. Deze hooge taal der Godheid
had de gewenschte uitwerking; want de Heer
fprak hun dus aan, om hen nog dieper te ver-
ootmoedigen. Zij hielden met bidden en fme-
ken aan : „ Ach Heere /" riepen zij , „ Wij
hebben gezondigd, handel met ons zoo als
„ Gij goed vindt , alleenlijk verlos ons flechts
„ ditmaal." En die hun bidden ging vergezeld
met eene dadelijke bekeering; want zij vernielden
de tempelen en altaren der afgoden , en buk-
t«n Voor den Hoogen God, zoo diep zjj konden.
Jan,