Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 ße eescHiEDENis
„ Iiier is het zwaard van Jehova en van
„ GI n E o N1"
Hendrik. Dit was waarlijk een goed over-
legde krijgslist ; want ik kan mij gemakkelijk
verbeelden hoe dat volk gefchrikt zal hebben.
Vader. Bedenkt hierbij, dat het omtrent
middernacht was , en alles in het zorgelooze
leger in eenen genisten üaap lag. Het is ligt te
begrijpen, met welk eene ontfteltenis zy ontwaak-
ten, onder het vreesfelijk krijgsgefchrecuw van
Gideons zoo zonderling gewapende legerben-
den. In weinig tijds was ook het geheele vy-
andelijk leger in de war; de eene houdt den an-
deren voor vijand cn verrader, zij vallen met bit-
terheid op elkander aan, en eer nog de morgen-
ftond is aangelicht, is het ganfche leger een on-
Uerllelbaar bloedbad, een tooneel van de uiier-
lle woede en verwarring. Van dezen verwar-
den ïlaat der vijanden nu maakte Gideon het
noodige gebruik; hij ontbood aanllonds de tien
duizend man uit de Hammen Nafthaliy
ylfer en Manasfe, die op weinige uren af-
Itands gelegerd en als in relerve gelleid waren,
öp den eertten wenk was dit krijgsvolk gereed
en in vereeniging met Gideons drie hon-
derd dappere ftrijders , vervolgden zij de vij-
anden en maakten eene groote (lagting onder
hen; ook de krijgslieden van den ftam Efra-
im waren op het bevel van Gideon opge-
iTokken en hadden de overtogten der Jardaan
bezet , zoodat er eene menigte der vijanden
in hunne handen viel. Onder deze gevange-
nen bevonden zich twee voorname Vorsten der
Midiaviten , Oreb en Zeêb , welker namen
juist aan hun jbedrijf en karakter beantwoorden.;
be-