Boekgegevens
Titel: Opmerkingen uit en voor de school
Auteur: Kellner, Lorenz
Uitgave: [S.l.]: [s.n.], 2e helft 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7007
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201535
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsgevenden
Trefwoord: Onderwijzers, Beroepspraktijk
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opmerkingen uit en voor de school
Vorige scan Volgende scanScanned page
laatste moeijelijker is, en meer frissche, levendige onder-
wijskracht onderstelt. Alleen de Onderwijzer eener aan-
vangsklasse kan zoo geheel uit volle overtuiging en met
geregtvaardigd zelfgevoel zeggen, dat zijne kleine leerlingen
hem alles te danken hebben, wat zij mogen weten en kun-
nen ; en in hun onbedorven zin zullen die kleinen hem met
al hunne liefde aanhangen, en zich aan zijn' op hen wer-
kenden invloed geheel overgeven. Alleen door, in en met
deze kleinen zal hij al de eigenaardige bijzonderheden der
kinderwereld leeren kennen, en de redelijke ontwikkeling
in hare meeste zuiverheid kunnen waarnemen. En wat kan
schooner en voor het hart eens Onderwijzers verheffender
zijn, dan voor die jeugdige gemoederen het hemelrijk te
openen; wat een open gemoed meer verheugen, en bij den
opmerker meer belangstelling verwekken, dan aan den ont-
wakenden geest zijne eerste aansporing, voeding en rigting
te geven ?
Waarlijk , hij die dat aanvankelijk onderwijs eentoonig en
vervelend vindt, die er zich niet met volle liefde aan kan
toewijden, die is ook geen Onderwijzer in den volsten zin
des woords.
Opvoeden en onderwijzen, zijn geen onbestemde, wille-
keurige verrigtingen zonder beginsel of regel; de paedago-
gische wetenschap is geen stelsel, van voren geconstrueerd,
uit onderstellingen of naar welgevallen aangenomen begrip-
pen. Hun voorwerp is de mensch: rnensch, naam van diepe
beteekenis, die zijne hoogere verwantschap aanduidt; het
is: wat tot man behoort, een afstammeling van man of
manuh, de denkende Geest, of de Groote, de oorspronke-
lijk Krachtige; zoodat reeds de taal in den naam mensch