Boekgegevens
Titel: Opmerkingen uit en voor de school
Auteur: Kellner, Lorenz
Uitgave: [S.l.]: [s.n.], 2e helft 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7007
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201535
Onderwerp: Onderwijs: onderwijsgevenden
Trefwoord: Onderwijzers, Beroepspraktijk
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opmerkingen uit en voor de school
Vorige scan Volgende scanScanned page
hooren, clan mögt ik het nog pLiatsen; maar nog liever
had ik, dat hij rond voor de vuist zei: » Ik verlang naar
eene hoogere klasse, dewijl ik gevoel, dat mij toch langza-
merhand de frischheid van geest voor het onderrigt der
kleinen begint te ontbreken, en dewijl ik geloof nu toch
wel eenig gemak en verligting meer verdiend te hebben." —
Stond het in mijne magt, ik zou de openhartigheid van
den braven man beloonen door eene spoedige vervulling
van zijnen wensch: aan iederen jongen Onderwijzer zou ik
echter den raad geven, zich zeiven eens regt ernstig te
beproeven en onder handen te nemen.
In de meeste gevallen zou zulk eene zelfsbeproeving tot
de kennis leiden, dat zich in de binnenste schuilhoeken
van het hart een weinig hoogmoed genesteld heeft. Men
zou gaarne het in de kweekschool of elders geleerde aan
den man willen brengen, en bij examens, en tegenover de
lieve jeugd als geleerde schitteren; men acht zich geroepen
en bevoegd, om de wetenschappen te verbreiden, en gelooft,
dat anderen al ligt goed genoeg zijn, om het a i c te on-
derwijzen ; daartoe zijn domkoppen voldoende. Men speku-
leert daarbij op het veelhoofdig publiek, en hoopt, als
Onderwijzer eener hoogere klasse, meer achting en goed-
keuring van hetzelve in te oogsten; men verheft zich te
gelijk boven de andere onderwijzers, die nog in de onderste
klassen moeten tobben (zoo als men het noemt), en zoo
wordt de wensch naar bevordering gedurig onstuimiger,
maar tevens de vruchtdragende werkzaamheid immer meer
en meer twijfelachtig! — Ik kan het nooit toegeven, eigene
ondervinding weerspreekt het ten stelligste, dat het Onder-
wijs in de hoogere klassen meer moeiteloon zou geven,
dan in de onderste; alleen zooveel geef ik toe, dat het