Boekgegevens
Titel: Helpt elkander voort in 't goede: voor de rijpere jeugd geschreven
Auteur: Noordaa, Pieter Jasper van der
Uitgave: Meppel: P.A. Reijnders, 1851
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6922
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201528
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Ethische vorming, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Helpt elkander voort in 't goede: voor de rijpere jeugd geschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
gij dan ook sagomclk of chocolade, als uwe
beui's het lijden kan. Indien gij dan ook nog
een koek bakt zal ik van avond wel in mijn
'schik zijn."
— „Dat wil ik gelooven, wie zou er dan
geen schik hebben , maar ... als uw vader t' huis
komt, zal ik hooren, wat hij er van denkt.
Is het naar zijn genoegen, dan is het ook
mij wèl."
— „Het zal welgaan, fbans 1" fluisterde
"willem zijn vriend toe, die aan den anderen
kant van den kagchel tegen over hem gezeten
was en met de hand onder 't hoofd in gedach-
ten scheen verzonken ; „als moeders beurs het
niet toegelaten had, ware het door haar rondweg
afgeslagen, maar nu zegt zij, „als uw vader
wil, wil ik ooken ik vertrouw dat vader wel
zal toestemmen. Gij blijft toch van avond bij
ons, niet waar?"
— „Neen , het spijt mij, maar ik kan niet.
Ik ben reeds te lang hier." ' ^
— „En waarom? Wajj scheelt er aan?"
— „Mijn vader is eenigzins ongesteld, ik
kan hem dus niet alleen laten en ik ben slechts
hier gekomen om het u te zeggen."
— „Dat spijt mij, want nu zal ik heden
avond niet zooveel vermaak hebben, als ik mij
had voorgesteld, want ik mag niet van u ver-