Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-79
perheid, die reeds in verscheiden gevechten schitterend gebleken
was, en het vooruitzigt op buit, dien hy hun voorspiegelde,
lokte uit alle landen van Europa vrijwilligers naar hem toe, en
binnen weinige maanden had hij een talrijk leger bijeen, dat hij
geheel onderhield ten koste van de landstreken, welke hij door-
trok , en door zware brandschattingen en oorlogsbelastingen teis-
terde.
Intusschen waren Christiaan IV en Tilly te velde gekomen;
doch in het jaar 1625 werd er niets beslissends ten uitvoer ge-
bragt. Het volgende jaar was daarentegen voor den Deenschen ko-
ning noodlottig. Christaan van Brunswijk, die weder te wapen
gesneld was, stierf in Mei; Mansfeld , die eveneens aan het
hoofd van een aanzienlijk troepengedeelte was opgetreden, werd
in April door VVallenstein met overmagt geslagen, en stierf
eenigen tijd daarna in Dalmaiië, werwaarts h'y de w'yk genomen
had; Koning Christiaan zelf, door zijne Duitsehe bondgenooten
slecht ondersteund, leed in een gevecht tegen Tilly, bij het stadje
LuUer in Brunswijk, eene nederlaag (Aug. 1626). Kort daarna ruk-
te ook Wallenstein tegen hem op, dwong hem de w'yk te nemen
naar Denemarken, drong dat rijk binnen, en veroverde inkorten
tijd Sleeswijk en Jutland, dus het geheele vaste land, terwijl de
Deensche troepen op de eilanden weken, waar zij vooreerst vei-
lig waren , omdat de vijand geene vloot had.
De roovende benden van Wallenstein breidden zich nu over
geheel Noord-Buitschland uit, en terwijl haar aantal tot meer
dan 100,000 man aangroeide, die allen door de landen welke zij
bezet hielden, moesten onderhouden en bezoldigd worden, waren
daardoor de ongelukkige inwoners aan onbeschrijfelijke ellende
ten prooi. De rijke en magtige stad Stralsund, die zich moedig
tegen Wallenstein bleef verzetten, werd elf weken lang bele-
gerd , herhaaldelijk bestormd en hevig beschoten, doch nood-
zaakte door haren heldhaftigen tegenweer den vijand eindelijk
met een verlies van 12,000 man af te trekken. De bezetting
was daarb'y ondersteund geworden door den Koning van Bene-
marken , die haar met zijne vloot versterking toezond, en door
Koning Gustaaf Adolf van Zweden, die reeds vroeger het plan
had opgevat, zijne geloofsgenooten in Duitschland ter hulp te ko-
men, maar daarin verhinderd werd door den oorlog, dien hy
tegen Polen voerde (bl. 72). Nu echter begon hij de plannen des
Keizers te doorzien, die voornemens was, de kusten van de
Oostzee in bezit te nemen , eene vloot te bouwen, en den handel
op die zee aan zich te trekken hetgeen allernoodlottigst voor