Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-78
schoonzoon, Frederik mw de Palts, aan te trekken. Lodewijk XIII
van Frankrijk, of liever diens bekwame minister, de Kardinaal
de Richelieu (zie § 30) besloot de vroegere staatkunde van het
Fransche hof weder te volgen, en de toenemende magt van het
Oostenrijksche huis in Europa te keer te gaan. Christiaan IV
van Denemarken, die als Hertog van Holstein tot de vorsten van
het Duitsche rijk behoorde (bl. 43), en een ijverig Protestant was,
vatte insgelijks het voornemen op, als verdediger van zijne ge-
loofsgenooten tegen de onverdraagzaamheid des Keizers op te
treden. De Vereenigde Nederlanden eindelijk schaarden zich even-
eens aan de zijde van de voorstanders der staatkunde en gods-
dienstige vrijheid, voor welke zij zelve nu reeds meer dan eene
halve eeuw den oorlog voerden, en besloten zich de zaak van
Frederik van de Palts aan te trekken. De omstandigheden ver-
oorloofden hun evenwel niet, onmiddelijk aan den oorlog buiten
hunne grenzen deel te nemen, daar Spinola , na het eindigen
van het twaalfjarig bestand, in 1621, terstond met kracht aan-
vallend was te werk gegaan.
In het jaar 1625 werd Christiaan IV door de Protestanten in
Noord-Duitsclilatid tot hun legerhoofd gekozen, en er werden
troepen op de been gebragt, hoewel de Duitsche vorsten, ten
gevolge van onderlinge twisten, kleingeestigheid en naijver, weinig
of niets tot krachtige ondersteuning hunner eigene zaak mede-
werkten.
Bij de meer en meer dreigende houding zijner tegenstanders,
besloot de Keizer zijne strijdkrachten te vermeerderen, en een
eigen leger op de been te brengen. In de eerste plaats scheen
hem het leger der Ligue, waarvan hij zich tot nu toe tot het
bereiken zijner oogmerken bediend had, niet sterk genoeg: en
ten andere wilde hij een einde maken aan de afhankelijkheid,
in welke hij zich min of hieer bevond ten opzigte der Ligve en
van haren aanvoerder Maximiliaan van Beijeren, in wiens han-
den de leiding der Duitsche aangelegenheden voor een groot deel
berustte. Het was hem evenwel niet mogelijk, in zijne Oosten-
rijksche Staten een genoegzaam sterk leger te verzamelen , en de
daaraan verbondene uitgaven op den duur te bestrijden , en daar-
om nam hij het voorstel aan van een zijner kr'ygsbevelhebbers,
den Graaf Albrecht van Wallenstein , die hem aanbood op
eigen kosten 50,000 man aan te werven en te onderhouden,
indien de Keizer hem met het opperbevel bekleedde, en hem later
uit de veroverde landen schadeloos stelde (1625). Duizenden
stroomden nu naar Wallensteins vanen. De roem zijner dap-