Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-75
kerk afbreken en de andere sluiten. Matthias , aan wien de
Protestanten hunne bezwaren bekend maakten , stelde hen in het
ongelijk, en bragt daardoor de gemoederen nog meer in bewe-
ging , zoodat eenige aanzienlijken met een gewapend geleide naar
het koninklijk slot te Praag trokken, en twee der meest gehate
regeringsleden met hunnen geheimschrijver uit het venster wier-
pen (Mei 1618). Dit was het sein tot eenen opstand, die zich
in korten tijd over het geheele land uitbreidde. Onder de lei-
ding van den Graaf van Th urn werd het volk te wapen geroe-
pen , en een bestuur ingesteld om voorloopig de regering te voeren.
Matthias , hoezeer in den beginne geneigd om te onderhan-
delen, bragt nu, om den opstand te onderdrukken, op drin-
gend aanraden van zijn neef Ferdinand (bl. 63), troepen op de
been, die echter door de Bohemers teruggeslagen werden. Deze
rukten nu, onder aanvoering van Thurn, het Aartshertogdom Oos-
tenrijk binnen, en legerden zich voor de poorten van Weenen,
waar Keizer Matthias weinige dagen te voren gestorven was.
Zijn neef Ferdinand aanvaardde nu de regering over de Oosten-
rijksche erflanden , en betoonde in de gevaarlijke omstandigheden,
waarin hij verkeerde, eene zeldzame geestkracht. Niettegenstaande
een groot gedeelte zijner Protestantsche onderdanen in Oostenrijk
de zijde der Bohemers kozen, of zich daartoe geneigd toonden >
besloot hij, niets toe te geven, doch knoopte voor de leus onder-
handelingen aan, totdat er hulptroepen kwamen opdagen, waar-
van door Thurn zich in de noodzakelijkheid zag, af te trekken.
Twee maanden later werd Ferdinand tot Keizer van Duitsch-
land verkozen, waarop de Bohemers hem vervallen verklaarden
van de kroon, die zij aan Frederik V, den Keurvorst van de
Palts, het hoofd van de Protestantsche Unie (bl. 62), aanboden.
Hunne keuze was op dien vorst gevallen, zoowel omdat zij daar-
door hulp hoopten te verkrijgen van de overige Duitsehe vorsten,
die tot de Unie behoorden , als omdat hij gehuwd was met de
dochter van Jacobus I van Engeland, en een neef was van Prins
Maurits van Oranje (1), en zij alzoo in die beide Protestantsche
vorsten bondgenooten tegen den Keizer dachten te vinden.
Frederik was evenwel volstrekt de man niet, om de gewigtige
en moeijelijke taak, welke hij door het aanvaarden van de Bo-
heemsche kroon op zich nam, tot een goed einde te brengen.
Ligtzinnig en zorgeloos van aard, hield hij zich meer bezig met
(1) Zijne moeder was eene dochter van Willem van Oranje, en dus eene
zuster van Maubits.