Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-74
Zuidwaarts werd het land der Tartaren tot in de nabijheid der
Zwarte Zee veroverd, en oostwaarts in Azië doorgedrongen, en
een groot gedeelte van Sièenë bij het Russische rijk gevoegd (1581).
Vóór het einde der 16e eeuw was nagenoeg al het land ten wes-
ten van de Je?iessei veroverd, en in 1646 was het ge/ag van den
Russischen Gzar uitgebreid tot aan de Behring• straat, die Azië
van Amerika scheidt.
Intusschen werd het binnenland vaak door bloedige twisten
over de troonsopvolging geteisterd. In 1586 stierf het stamhuis
van Rurik (I. Deel, bl. 153), dat ruim zeven eeuwen had gere-
geerd, in de mannelijke linie uit, en na een tijdvak van gewel-
dige beroering werd de jeugdige Michacl Romanow , die in de
vrouwelijke linie van het uitgestorven vorstenhuis afstamde, tot
Gzar verkozen (1613).
De beschaving in het Russische rijk stond nog op een zeer la-
gen trap; het volk was ruw, onwetend en bijgeloovig, en als
lijfeigenen geheel onderworpen aan de adellijke grondbezitters.
De heerschende Kerk was de Grieksche, die tot aan den val van
het Oostersch-Romeinsche rijk den Patriarch van Konstantinopel
als haar hoofd erkende, doch daarna onafhankelijk werd onder
het beheer van den Patriarch van Moskou, totdat in het begin
van de 18de eeuw de Gzar zelf het hoofd werd der Russische
Kerk, en daardoor het hoogste geestelijke gezag met het wereld-
lijke in zijne persoon vereenigde, hetgeen tot in den tegenwoor-
digen tijd is blijven voortduren.
§ 27. Begin van den Dertigjarigen Oorlog. Het Boheemsch-
Paltsische tijdperk.
De spanning tusschen de Katholijken en Hervormden, die, zoo
als in § 23 gezegd is, in het Duitsche ryk meer en meer toenam,
werd eindelijk, hetgeen lang te voorzien was geweest, door eene
geweldige uitbarsting gevolgd. De naaste aanleiding daartoe was
echter eene gebeurtenis, die niet in Duitschlatid zelf, maar in het
naburige Bohemen voorviel, waar Keizer Matthias als Koning re-
geerde.
De Protestanten daar te lande hadden twee kerken gebouwd
op het grondgebied van de geestelijkheid , en beriepen zich daarbij
op bepalingen van den Majesteitsbrief (bl. 63), welke zij in hun
voordeel uitlegden. De Katholyken beweerden daarentegen, dat
hun het regt daartoe niet geschonken was, en deden de eene