Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-64
zonder daarom de Hervorming in zyn rijk te dulden. Met de-
zelfde dwingelandij , die hij in het staatsbestuur uitoefende, was
hij ook in het godsdienstige te werk gegaan, en had zijne onder-
danen gedwongen zich geheel en al naar zijne eigene geloofsbe-
grippen , die dikwijls met zijne luimen afwisselden, te voegen.
Onder de regering van zijnen zoon , Eduard VI, had de Hervor-
ming daarentegen groote vorderingen gemaakt, welke evenwel
•weder met kracht waren tegengegaan onder het daarop gevolgde
bestuur van Maria, die de Katholijke godsdienst met gestreng-
heid herstelde. Hare zuster Elizabeth daarentegen , in de Pro-
testantsche leer opgevoed , voerde hare geloofsbegrippen als gods-
dienst van den staat in. Zij deed dit gedeeltelijk uit overtuiging,
gedeeltelijk uit staatkundige beweegredenen. De Paus namelyk
verklaarde hare geboorte voor onwettig, en haar derhalve onbe-
voegd om haren vader op te volgen. Dit gevoelen, door vele
Katholijken in Engeland gedeeld, was gevaarlijk voor de hand-
having van haar gezag, en noodzaakte haar tot doortastende maat-
regelen. Zij verklaarde zich derhalve, even als haar vader gedaan
had , tot hoofd van de Kerk in Engeland , en vergde van hare onder-
danen, dat zij haar als zoodanig zouden erkennen (1559). Tegely-
kertijd regelde zij het kerkelijk bestuur , waaraan zij eene inrigting
gaf, die eenige overeenkomst had met die der Katholijke Kerk, en
waarbij verschillende rangen van geestelijken , aan Bisschoppen on-
worpen , werden ingesteld, terwijl, zoo als gezegd is, de hoogste
geestelijke magt aan de kroon bleef. Krachtens deze bepalingen,
achtte zy zich ook bevoegd om de geloofspunten vast te stellen,
welke door de leden dezer Kerk, die de AngliUaansche of Episco-
pale (Bisschoppelijke) genoemd wordt, moest beleden worden.
Deze werden in 1562 door eene vergadering van geestelijken in
39 artikelen vastgesteld, en maken nog heden den geloofsregel
van de Engelsche Kerk uit.
Het is natuurlijk, dat dit een en ander de Katholijken tegen
haar moest verbitteren; maar ook onder de Protestanten waren
er velen, die zich aan zoodanige regeling, welke niet alleen het
bestuur der Kerk, maar ook het godsdienstig geloof geheel en al
aan de regering in handen gaf, niet wilden onderwerpen. Deze
weigerden dus hunne toetreding tot de staatskerk, en vorm-
den, onder den naam van Presbyterianen o( Puriteinen (1), een
(1) Zij noemdeq zich Fresiyterianen ,omdatzij de regeling hunner kerkelij-
ke aangelegenheden in handen gaven van Presbylers of Oudsten; Puriteinen »om-
dat zij de zuivere leer der Apostelen wilden herstellen.