Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-61
geestelijke waardigheid verbonden was, en dat het nederleggen
van die waardigheid dus den afstand van het gebied noodzakelijk
moest ten gevolge hebben. Zij beriepen zich hierbij op de vroeger
vermelde bepaling in den godsdienstvrede van Augsburg, welke
de Protestanten echter nimmer als geldig hadden willen erkennen.
Over dit punt barstte een strijd uit in het jaar 1583, toen de
Aartsbisschop xslR Keulen , Truchsesz van Waldbueg , tot de
Hervormde leer overging, en zijne keurvorstelijke waardigheid
zoowel als zyn wereldhjk gebied wilde behouden. Hoewel door
de Nederlanders met de wapenen ondersteund, moest hij onder-
doen voor zynen tegenstander Ernst van Beijercn, die in zyne
plaats tot Aartsbisschop van Keulen was benoemd. Bij de Her-
vormde vorsten in Duitschland, die byna allen de Luthersche
godsdienst beleden, vond hij slechts zeer weinig hulp , en wel
hoofdzakelijk omdat hij tot de Gereformeerde leer was overgegaan,
en de aanhangers dier beide leerstellingen elkander, ten gevolge
van hevige twisten over godsdienstige geschilpunten , wederkeerig
met de meest mogelijke onverdraagzaamheid bejegenden.
Een dergelyke strijd als in Keulen had er in 1592 in het Bis-
dom Straatsburg plaats, toen de Hervormden na den dood van den
Bisschop, een Protestantschen Prins tot zijn opvolger wilden be-
noemd zien, hel geen een oorlog ten gevolge had, die verschei-
dene jaren duurde.
Een andere strijd van nog meer belang ontbrandde bij gelegen-
heid van het kinderloos overlyden van den Hertog van Kleef,
Gulik en Berg, op wiens nalatenschap verscheidene vorsten aan-
spraak maakten (1609). De voornaamste waren de Keurvorst van
Brandenburg en de Paltsgraaf van iVeitiïirj/, die overeenkwamen om
het grondgebied onderling te verdeelen, doch tegen wier aan-
spraken Keizer Rudolf zich verzette, daar hy die rijke erflanden
niet in handen van twee Protestantsche vorsten wilde zien. Het
was bij deze gelegenheid, dat Hendrik. IV van Frankrijk, zoo
als hierboven gezegd is, het voornemen opvatte, in vereeniging
met de Protestanten in Duitschland, zyne plannen tot vernedering
van het Oostenrijksche huis ten uitvoer te leggen, toen hij door
Ravaillac vermoord werd (bl. 59). De Paltsgraaf ging eenigen tijd
daarna (1613) tot de Katholijke godsdienst over, waardoor een
strijd tusschen hem en den Keurvorst van Brandenburg ontstond.
Deze werd door de Nederlanders, en de Paltsgraaf door de Span-
jaarden ondersteund, doch het twaalfjarig bestand, dat in het
jaar 1609 tusschen deze beide oorlogvoerende partijen gesloten
was, belette, dat er eene beslissing met de wapenen volgde. De