Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
afweken, met groote gestrengheid en zelfs door vervolging van
andersdenkenden.
Nadat hij voor korten tijd, ten gevolge van een twist met de
regering, de stad had moeten verlaten, keerde hij er in 1541
terug, en bleef er tot zijnen dood in 1564. Het verschil tusschen
zijne meeningen en die van Luther had eene blijvende verdeeld-
heid in de Protestantsche kerk ten gevolge. Zijne leer, die men
de Calvinislisc/ie, of later meer gewoonlijk de Gereformeerde noem-
de, en die in 1559 in den zoogenaamden Heidelberger Kalheehis-
mits werd vastgesteld, breidde zich voornamelijk in Zwitserland,
de Nederlanden , Schotland en hier en daar in Frankrijk en Duitsch-
land uit, terwyl de Luthersche leer in Noord-Diiitschland en de
drie Noordsche rijken de meeste aanhangers vond.
In Duitschland had, ongeveer ten tijde dat Geneve zich tot eene
onafhankelijke republiek verklaarde, de buitensporigheid van en-
kele geestdrijvers aanleiding gegeven tot geweldige ongeregeld-
heden. Eene secte van dweepers, die zich Wederdoopers noem-
den (1), had zich in het jaar 1534 van de stad Munster in West-
falen meester gemaakt, en daar, onder aanvoering van een
bakker, Jan Matthuszoon uit Haarlem, en een kleedermaker,
Jan Beukelszoon uit Leiden, gewoonlijk Jan van Leiden ge-
noemd , eene despotieke regering ingevoerd, die op de verderfe-
lijkste grondbeginselen berustte. Alle bezitingen moesten gemeen
zijn: het goud en zilver en alle kostbaarheden moesten op dood-
straf uitgeleverd en onder alle leden der gemeente verdeeld wor-
den; Jan van Leiden, die zich voor een profeet uitgaf, en
voorwendde door goddelijke openbaringen bestuurd te worden,
nam, na den dood van Matthuszoon, den koninklijken titel aan,
en heerschte onbeperkt, terwijl hij ieder, die zijne verhevene
zending in twijfel durfde trekken , om het leven liet brengen.
Om aan deze grenzelooze verwarring, die het geheele jaar
1534 duurde, een einde te maken , bragt de Bisschop van Mun-
ster wel eenige troepen bijeen, maar hij was niet magtig genoeg
om de stad, waarvoor hij het beleg sloeg, te vermeesteren, terwijl
eene gewigtige gebeurtenis, die inmiddels in het zuiden van
Duitschland was voorgevallen, den Keizer en de rijksvorsten be-
lette hem te ondersteunen.
Deze gebeurtenis, die tevens vermelding verdient als een groot
bewijs van den invloed, dien de Hervorming op den staatkundigen
(1) Zij Toerden den naam van Wederdoopers, of Herdoopers, omdat zij
leerden, dat de doop niet aau de kindereu maar aan de volwassenen moest
toegediend worden, en dus al hunne aanhangers op nieuw werden gedoopt.