Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
273
I
Sedert dien tijd werd ook het Nederlandsche gezag in Indië steeds
hechter gevestigd; een opstand op het eiland Bali in 1844 uit-
gebroken , werd , na twee mislukte krijgstogten , in 1849 door
den Generaal Michiels en den Kolonel van Swieten bedwongen,
en terwijl eveneens een dreigende opstand in 1859 in Bandjarma-
sing op het eiland Borneo uitgebarsten, met groot beleid door den
Majoor Verspijck werd gedempt.
De geschiedenis der West-Indische koloniën levert in dit tijdvak
weinig belangrijks op. Zij keerden nimmer'tot haren vroegeren
bloei terug. In het jaar 1862 werd de slavernij afgeschaft, en al
de negerslaven met het begin van 1863 voor vrije menschen verklaard.
De Engelsche Oost-Indische Compagnie breidde in dit tijdperk
hare bezittingen in Indië aanzienlijk uit, doch niet dan ten ge-
volge van herhaalde oorlogen , die voortdurend groote inspanningen
vorderden, en gepaard gingen met zware onderdrukking der in-
landers. Dit laatste had in 1857 een vreeselijken opstand in de
noordelijke provinciën van Indië ten gevolge , die de Engelsche
heerschappij op den rand van haren ondergang bragt, en eerst in
1859 na eene reeks van gevechten kon bedwongen worden. Daar
die opstand voornamelijk aan de verkeerde maatregelen van het
bestuur der Oost-Indische Compagnie werd toegeschreven, drong
men er in Engeland algemeen op aan, dat het bewind over de
Koloniën regtstreeks aan de Kroon zou worden opgedragen. Dit
geschiedde werkelijk in 1858; een verantwoordelijk minister, bij-
gestaan door eenen Raad van Indië, werd met het behèer der
Oost-Indische zaken belast, en hem al de magt opgedragen, die
vroeger bij de Compagnie en hare bestuurders berustte; hierdoor
is aan het parlement een regtstreekschen invloed op het beheer
der volkplantingen verleend.
Terwijl de hierboven beschreven opstand in Indië woedde, voer-
den de Engelschen, verbonden met de Franschen, eenen oorlog
tegen China, met welk rijk het vi'oeger (1839) ook reeds in vij-
andelijkheden gewikkeld was geweest. In Junij 1858 werd de
Keizer van China tot den vrede gedwongen; maar in het volgende
jaar onstonden er nieuwe oneenigheden, die het hervatten der
vijandelijkheden ten gevolge hadden. In den oorlog, die nu volgde,
werd Peking, de hoofdstad van het Chineesche rijk, in October
1860 door de verbondenen veroverd, en aldaar veertien dagen la-
nter de vrede geteekend. China verkeert tegenwoordig ten ge-
volge van een geweldigen opstand, die zich over een groot ge-
deelte van het keizerrijk heeft uitgebreid, in een toestand van
verwarring, waarvan het einde niet te voorzien is.
II. 18