Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-257
de hulp van Frederik Willem IV ingeroepen, waarop diens broeder
de Prins van Pruissen, met een leger naar Zuid-Duitschland ruk-
te , en de opstandelingen, die door Mieroslawski , een Poolsch
uitgewekene, werden aangevoerd, in herhaalde gevechten ver-
sloeg. In het einde van Julij was de opstand geheel gedempt.
Tezelfder tijd was de oorlog met Denemarken hervat; de Rijks-
troepen met de Sleeswijk-Holsteiners vereenigd, drongen weder tot
in Jutland door, doch ook nu waren er evenmin als in het vorige
jaar, blijvende voordeelen te behalen, daar Benemarken aWeen met
behulp eener vloot kon overwonnen worden. Bovendien deelden
de Duitsche vorsten, wier troepen den oorlog voerden, volstrekt
niet in de algemeene geestdrift, die de natie voor de Sleeswijk-Hol-
steinsche zaak bezielde, en daar bovendien Zweden en Rusland
weder ten gunste van Benemarken onderhandelingen aanknoopten,
werd er andermaal een wapenstilstand gesloten (Julij 1849). Deze
leidde in het volgende jaar tot een vrede; Sleeswijk-Holslein werd
aan zich zelf overgelaten, en weder door de Benen in bezit ge-
nomen, terwijl vier jaren later, na langdurige onderhandelingen,
bepaald en door de groote mogendheden goedgekeurd werd, dat
zoo Koning Ferdinand VII en diens oom, de troonsopvolger
Ferdinand, zonder mannelijke afstammelingen kwamen te over-
lijden, de kroon van de geheele Deensche monarchij op Prins
Christiaan van Sleeswijk-Holslein en diens mannelijke nakome-
lingen zou overgaan.
Na de . ontbinding van het Frankforter Parlement, besloten de
vorsten onderling de aangelegenheden van Buitschland te regelen.
Eene lange reeks van onderhandelingen was hiervan het gevolg;
maar de uiteenloopende belangen der verschillende staten, en
vooral de naijver tusschen Oostenrijk en Pruissen, waren oorzaak,
dat men onmogelijk tot eenigen goeden uitslag kon geraken. Zoo
, werd dan eindelijk besloten, de zaken weder op haren ouden voet
te brengen; de oude Bondsdag werd hersteld en in Junij 1851
weder geopend, en het droombeeld der Duitsche eenheid, dat meer
dan drie jaren geheel Europa in spanning had gehouden, verdween
zonder dat er iets tot stand was gebragt, waardoor het te eeni-
ger dage zou kunnen verwezenlijkt worden.
§ 30. De Oostenrijksche monarchij in 1848 en 1849.
Oorlog in Hongarije.
Terwijl de hierboven beschreven gebeurtenissen in Buitschland
II. 17