Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-230
tot eene gewapende tusschenkomst (1822). In het begin van bet
volgende jaar rukte een Fransch leger onder den Hertog van An-
goulême Spanje binnen, bragt de liberalen tot onderwerping, en
herstelde het onbeperkte gezag van Ferdinand VII, die door
hevige vervolgingen en zware straffen de party der omwente-
lingsgezinden zocht te vernietigen. Tot in 1828 bleef een gedeelte
der Fransche troepen in Spanje, welks financiën, zoowel daar-
door als door den gelijktijdigen oorlog in de Zuid-Amerikaansche
koloniën (bl. 227), meer en meer in een jammerlijken toestand
begonnen te verkeeren.
In Portugal kwam in die dagen eveneens eene gewigtige om-
wenteling tot stand. De Prins-Regent, in 1807 met het konink-
lijke gezin naar Brazilië geweken, bleef daar zijn verblijf houden,
ook nadat de Franschen in 1814 zijn rijk verlaten hadden, en hij
in 1816, bij den dood zyner krankzinnige moeder, als Johan VI
den troon had beklommen. Toen zich evenwel kort daarna in
Portugal een algemeene geest van ontevredenheid openbaarde, daar
men even als in Spanje eene constitutie verlangde, en er eindelijk in
1820 een opstand uitbarstte, achtte Johan VI het noodig, Brazi-
lië te verlaten. Hij gaf het bestuur daar te lande aan zijnen oud-
sten zoon Bon Pedro over, en keerde naar Lissabon terug, waar
hij aan den wensch der liberalen toegaf, de bijeenroeping der
Cortes goedkeurde, en eene constitutie verleende (1822).
Inmiddels was bij de Brazilianen reeds lang de zucht levendig
geweest om, even als de Engelsche volkplantingen in Amerika in
de vorige eeuw gedaan hadden , zich onafhankelijk te maken van
het moederland.
Na het vertrek des Konings kwam dit plan tot uitvoering; zij
verklaarden Brazilië tot een onafhankelijk , constitutioneel keizer-
rijk en riepen Bon Pedro tot Keizer uit (1822). Na langdurige
onderhandelingen erkende Joiian VI de onafhankelijkheid van
Brazilië (1825).
Een jaar daarna stierf hij (1826), en zijn oudste zoon Pedro ,
die volgens een artikel der Braziliaansche constitutie, in Brazilië
zijn verblijf moest houden , en dus de kroonen der beide rijken
bezwaarlijk kon vereenigen , stond de regering over Portugal aan
zijne zevenjarige dochter Donna Maria da Gloria af, en benoem-
de gedurende hare minderjarigheid, zijn broeder Bon Miguel tot
Regent. Deze laatste evenwel, een vyand van den constitutionelen
regeringsvorm, maakte van de ontevredenheid , die ook hier, even
als in Spanje door de voorstanders van de vroegere orde van za-
ken werd aangestookt, gebruik, om zich van den troon meester