Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-229
die zich tegen alle verandering van het bestaande en tegen de
toepassing der zoogenaamde revolutionaire begrippen verzette.
De voornaamste voorstander van deze laatste partij was de Oos-
tenrijksche minister Prins van Metternich , die door zijnen in-
vloed zoowel Keizer Fr.ins I als Koning Frederik Willem III
wist te bewegen om niet toe te geven aan de vorderingen der
liberalen, en den tegenstand, die zich allerwege in Buitschland,
vooral onder de studerende jeugd aan de universiteiten, openbaarde,
met geweld te bedwingen. De ongeregeldheden, waaraan deze
laatste zich schuldig maakte, de overdrijving, welke zij by hare
opgewondene en meestal geheel onuitvoerbare ontwerpen aan den
dag legde, gaven eindelijk aanleiding dat de afgevaardigden der
verschillende regeringen in 1820 een besluit namen , waarbij, on-
der anderen, in tegenspraak met de vroeger gedane beloften , werd
bepaald, dat de souvereine vorsten in het Duitsche Verbond ver-
eenigd, door geene constitutie in de vervulling hunner verpligtin-
gen als leden van het Verbond mogten beperkt worden, en dat
de afzonderlijke staten verpligt waren , elkander niet alleen tegen
het buitenland, maar ook tegen de weerspannigheid hunner on-
derdanen bij te staan.
§ 20. Omwentelingen in Spanje, Portugal, Napels en
Sardinië.
In de zuidelijke landen van Europa gaf de strijd der partijen
tot geweldige botsingen aanleiding.
Koning Ferdinand VII, door de mogendheden op den troon
van Spattje hersteld, voerde den vroegeren regeringsvorm, met al
zijne misbruiken, weder met geweld in , en woedde met onmen-
schelijke wreedheid tegen allen , die meer vrijzinnige begrippen
waren toegedaan. Duizende menschen werden binnen weinige
jaren gedood of gevangen genomen en uit het land verbannen.
Dientengevolge brak er in 1820 een opstand uit, waardoor hij
gedwongen werd tot het verleenen eener constitutie en tot het
bijeenroepen van de Cortes, of vergadering van volksvertegenwoor-
digers. Hiermede was evenwel de toestand van Spanje niet ver-
beterd: weldra verhief zich eene magtige partij, door den adel
en de geestelijkheid ondersteund, tot omverwerping van den nieu-
wen staat van zaken; het geheele land werd het tooneel van op-
roer en burgeroorlog. Onder zulke omstandigheden besloot Frank-
rijk, waar toenmaals ook de behoudende partij de heerschende
was, in overeenstemming rnet Pruissen, liusland en Oostenrijk,