Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-497
Het binnenlandsche bestuur werd inmiddels door Bonaparte
op een hechten grondslag gevestigd; doch uit alles bleek, dat zijn
streven was, zich de onbeperkte heerschappij te verschaffen. Hij
voerde evenwel het bewind met groole gematigdheid, begunstigde
geene der partijen, doch trachtte allen aan zich te verbinden, en
bevorderde door verstandige en krachtige maatregelen het herleven
van handel, landbouw en nijverheid. Eene overeenkomst (con-
cordaal) met Paus Pius VH gesloten (1801), regelde de aangele-
genheden der Kerk; de Zondagen de oude namen der dagen wer-
den hersteld, hoewel overigens de nieuwe tijdrekening (bl. 185)
nog tot den Isten Januarij 1806 behouden bleef. Eindelijk werd
er een nieuw wetboek (Code Napoléon) ontworpen, dat in 1804
voltooid was , en tot belooning van militaire en burgerlijke ver-
diensten , eene ridderorde, onder den naam van het Legioen mn
eer, gesticht (1802).
In datzelfde jaar werd aan Bonaparte als een. bewijs van de
erkentelijkheid der natie, de waardigheid van Consul levenslang
opgedragen; hij verkreeg ook het regt zijn opvolger te benoemen,
zoodat hij nog .slechts ééne schrede had te doen om tot het bezit
te geraken van het erfelijk gezag over de Republiek, van welke
inderdaad niets meer dan de naam was overgebleven.
De goede verstandhouding met Engeland was van geen langen
duur. Ilet Engelsche volk was ontevreden over de nadeelige
voorwaarden, waarop de vrede te Amiens gesloten was, en be-
schuldigde het bewind, dat het de belangen van het rijk daarbij ver-
waarloosd had. De steeds toenemende invloed van Frankrijk op
de omliggende staten vermeerderde de spanning, en ruim een
jaar na den vrede van Amiens brak de oorlog op nieuw uit (Mei
1803). De Engelsche vloten binkkeerden nu de Fransche havens
en kusten, terwijl een Fransch leger naar//aHnorec trok, waarvan
George HI Keurvorst was, en dat land bezette, zonder dat de
Duitsehe vorsten iets deden om dien wederregtelijken aanval op
het rijksgebied te beletten. Tegelijkertijd verzamelde de Eerste
Consul langs de kusten van het Kanaal een leger, dat bestemd
was een inval in Engeland te doen, en waartoe alle onder Fran-
schen invloed staande staten manschappen of hulpgelden moesten
leveren.
Korten tijd na het hervatten der vijandelijkheden werd erdoor
eenige koningsgezinden eene zamenzwering gesmeed om het Huis
van Bourbon op den Franschen troon te herstellen. De toeleg
werd ontdekt en de deelnemers gevangen genomen. Tegelijker-