Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-170
kreeg weinig invloed op het bestunr, hetwelk Marta Theresia
nagenoeg geheel aan zich behield, en met veel beleid voerde.
Jozef II was een schrander en verlicht vorst, met vurigen ijver
voor het welzijn van zijne onderdanen bezield, en vast besloten
om met eene krachtige hand eene menigte verouderde instellingen
af te schaffen, en te vervangen door nieuwe, die meer met den
geest des tijds overeenkwamen. Hoezeer hij gedurende het leven
zijner moeder zijne uitgebreide hervormingsplannen nog niet kon
ten uitvoer leggen, bewerkte hij toch door zijnen invloed en
raad vele gewigtige verbeteringen in het inwendig bestuur en
vooral in de reglspleging van den Oostenrijkschen staat. Daar-
bij zocht hij van elke gelegenheid gebruik te maken om het grond-
gebied zijner erflanden te vergrooten. Het was voornamelijk door
zijn aandrang, dat Oostenrijk aan de berooving van Polen deel
nam, waartoe de edeldenkende Maria Theresia slechts met
weerzin hare toestemming gaf. Evenzoo trachtte hij zich in 1778
van een gedeelte van lieijo en meester te maken, toen de Keur-
vorst Maximiliaan Jozef , de zoon en opvolger van Karel Al-
bert (Keizer Karel VII) (bl. 1.57), kinderloos was overleden , en
zijn gebied aan zijn naasten erfgenaam , den Keurvorst van de
Palts was gekomen, die reeds te voren, door beloften en bedrei-
gingen overgehaald, in het geheim een verdrag met den Keizer
had gesloten, waarbij hij hem een groot gedeelte van zijn grens-
gebied afstond. Daar de Keurvorst van de Palts ook geene wet-
tige nakomelingen had, verzette zijn vermoedelijke opvolger, Her-
tog Karel van Tweebriiggen, zich tegen deze plannen van Jozef
II, welke bovendien door de Duitsche rijksvorsten algemeen af-
gekeurd werden. Frederik de Groote trad als bemiddelaar op,
en greep, toen de Keizer zijn voornemen niet wilde opgeven, naar
de wapenen. V\^eldra evenwel kwam men tot onderhandelingen,
en de zoogenaamde Beijersche Successie-oorlog eindigde in 1780 met
een vredesverdrag, waarbij Oostenrijk eene kleine streek lands
ten oosten van de Inn verkreeg , en van verdere aanspraken afzag.
Vijfjaren later trad Jozef II nogmaals met den Keurvorst van
Beijeren in onderhandeling, en bood hem de Zuidelijke Nederlan-
den voor Beijeren in ruil aan ; maar ook nu werd hij daarin door
den Koning van Pruissen verhinderd, die tusschen de voornaamste
rijksvorsten een verbond lot stand bragt, om zich te verzetten te-
gen de willekeurige handelwijze des Keizers, waardoor deze ge-
noodzaakt was, andermaal van zijne plannen af te zien (1785).
In het volgende jaar stierf Frederik de Groote, en werd opge-
volgd door Frederik Willem H, den zoon zijns overleden broe-