Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-165
groote meerderheid des volks, zonder eenigen waarborg tegen wil-
ekeur en dwingelandij, onderworpen was aan een klein gedeelle,
Idat door geboorte, of hofgunst de magt in handen had, verwekte
langzamerhand te meer ontevredenheid, naar mate het zedebe-
derf aan het hof en onder de aanzienlijke klasse toenam, terwijl
het volk tegelijkertijd op de beslaande gebreken opmerkzaam werd
gemaakt. Er leefden namelijk ten tijde van Lodewijk XV eene
menigte schrijvers, die in hunne werken de gelijkheid van regten
voor alle menschen verkondigden, de gebreken der staatsinrig-
ting met hevigheid aanvielen, en meer en meer de zucht naar
eene hervorming van den maatschappelijken toestand opwekten.
Daar de meeste dier schrijvers, als Montesquieu , Voltaire.
Rousseau en anderen, in wegslependen stijl hunne stellingen
voordroegen , vonden zij meer en meer ingang hij het algemeen ,
en daar verscheidene hunner, en vooral Voltaire, niet alleen
het verkeerde in de maatschappij bestreden, maar ook door ligt-
zinnige spotternij de grondslagen van het Christendom onder-
mijnden, verbreidde zich langzamerhand een geest van ongodsdien-
stigheid en van verachting voor al wat vroeger voor heilig en eerwaar-
dig werd gehouden , die meer en meer onder alle standen doordrong.
Onder zulke omstandigheden, die ten duidelijkste deden zien,
dat er eene krachtige hervorming, eene geheele wijziging in den
gebrekkigen maatschappelijken toestand noodig was, of dat eene
gevaarlijke omwenteling met geweld eene verandering in dien
staat van zaken zou brengen, stierf Lodewijk XV en liet de
regering na aan zijnen kleinzoon Lodewijk XVI (1774).
Deze vorst, die door zijne opregte begeerte om het welzijn van
zijne onderdanen te bevorderen , door zijne goedhartigheid en
zijne zedelijke beginselen, verre boven zijne voorgangers uitmunt-
te, was evenwel te zwak en Ie besluiteloos, en miste te zeer de
gevorderde scherpzinnigheid en vastberadenheid, om de zware laak,
die hem wachtte, met goeden uitslag te volbrengen. Hij wijdde
terstond na het aanvaarden der regering zijne zorgen aan de her-
stelling van het finantiewezen van den slaat, hetgeen evenwel on-
mogelijk was, zoolang de beslaande ongelijkheid in het opbren-
gen der belastingen niet werd vernietigd Hiertegen echter ver-
zetten zich de beide bevoorregte standen zoo hevig, dat het den
Koning niet mogelijk was, een einde Ie maken aan de bestaan-
de misbruiken, waartegen vooral de bekwame Necker, wien hij
in 1777 het bestuur der geldmiddelen had opgedragen, met kracht
ijverde. De ongunstige toestand der schatkist vermeerderde nog,
toen Frankrijk deel nam aan den oorlog van de Noord-Ameri-