Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-104
volgende jaar eene vergeefsche poging deden om zich van het
uitmuntend verdedigde Gibraltar meester te maken (1782).
Eindelijk werden er in het laatsgenoemde jaar te Versailles
onderhandelingen geopend , die ten gevolge hadden , dat Engeland
aldaar in 1783 met de Vereenigde Staten, Spanje en Frankrijk,
en in 1784 met de Vereenigde Nederlanden vrede sloot.
De dertien Noord-Amerikaansche Staten, werden voor vrij en
onafliankelijk verklaard , en namen een repuhlikeinschen regerings-
vorm aan. Zij vormden onderling een bondgenootschap, waar-
bij iedere staat zijn inwendig bestuur behield, terwijl de alge-
meene belangen werden behartigd door een Congres, uit eene
Kamer van volksvertegenwoordigers en een Senaat zamengesteld.
De uitvoerende magt was opgedragen aan een President, die voor
den tijd van vier jaren verkozen werd.
§ 22. Toestand van Frankrijk bij de troonsbeklimming van
Lodewijk XVI, en gedurende de eerste jaren zijner rege-
ring , tot aan de bijeenroeping der Staten-Generaal.
Een jaar vóór het uitbreken van den Amerikaanschen vrijheids-
oorlog was Lodewijk XV gestorven (1774). Door zijn verachte-
lijken levenswandel, zoowel als door zijne ongehoorde verkwis-
tingen , had hij den eerbied voor de koninklyke waardigheid bij
het volk bijna geheel vernietigd , en tevens het rijk in eenen jam-
merlijken toestand gebragt. Een ontzettende schuldenlast drukte
op de natie, en hoewel de belastingen tot eene ongekende
hoogte waren geklommen, waren de inkomsten van den Staat
op verre na niet toereikend om de buitensporige uitgaven te dek-
ken. Daarbij was de ontwikkeling van de algemeene welvaart
vooral daardoor belemmerd, dat de derde, of burgerstand (Ze tiers
état), de eigenlijke arbeidende klasse, bijna geheel alleen die zwa-
re belastingen moest opbrengen, terwijl de beide andere standen,
adel en geestelijkheid , die de hooge, winstgevende posten bekleed-
den en omtrent twee derde gedeelten der oppervlakte van Frank-
rijk in eigendom bezaten, nagenoeg niets behoefden te betalen,
en nog daarenboven het regt hadden, gedwongen diensten en op-
brengsten in geld te vorderen van de boeren, die op hunne land-
goederen woonden. Bovendien had het volk, zoo als vroeger
gezegd is, hoegenaamd geene staatkundige regten; het koninklijk
gezag was onbeperkt, en van het bezetten van ambten en waar-
digheden was de derde stand zoo goed als geheel uitgesloten.
Deze gebrekkige inrigting van de maatschappij, waardoor de