Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
zeer gehaat was, had in Januarij l-iOö de regering nedergelegd,
en diens zoon, die nu als Ferdinand II aan de regering kwam,
week bij het voortdringen des vijands naar het eiland Ischia.
De voorspoed van Karel VIII was evenwel slechts van korten
duur. De buitensporigheden der Franschen maakten hen weldra
in Napels gehaat, en de snelle voortgang hunner wapenen wekte
de bezorgdheid op van verscheidene vorsten, die de uitbreiding
van de magt van Frankrijk voor gevaarlijk hielden. Dien ten
gevolge werd in Maart 1495 een verbond tegen Frankrijk geslo-
ten tusschen Lodewijk Moro, Keizer Maximiliaan, Ferdinand
de Katholijke, de Republiek Venetië en den Paus.
Ieder van deze vorsten had een bijzonder belang om tot dit
verbond toe te treden. Lodewijk Moro wist dat de Hertog van
Orleans, de neef en vermoedelijke opvolger van Karel VIII aan-
spraak maakte op het Hertogdom Milaan (1), en hij trachtte
zich daarom de ondersteuning van magtige bondgenooten te
verwerven. Keizer Maximiliaan wilde den invloed herstellen,
dien de Duitsche Keizers in vroegeren tijd steeds in //aiië hadden
uitgeoefend , en waarvoor de invloed vaii Frankrijk geheel en al
in de plaats dreigde te treden. Ferdinand de Katholijke, Ko-
ning van Arragon, vreesde voor Sicilië, welk eiland tot zijn rijk
behoorde (1. deel, bl. 216), en dat, indien de Franschen in Italië
te magtig werden, gevaar liep door hen aangevallen en veroverd
te worden. De Paus en Venetië wilden eveneens de uitbreiding
van de Fransche magt in Italië tegengaan.
Belialve deze beweegredenen van bij zonderen aard, trad er
evenwel bij dit verbond nog een meer algemeen beginsel op den
voorgrond, dat van dien tijd af meer en meer in de staatkunde
der Europeesche natiën in toepassing werd gebragt.
Tot nu toe namelijk hadden de verschillende volken, of liever de
vorsten, bij al hunne oorlogen of vredesverdragen, in één woord
bij al hunne politieke handelingen, enkel en alleen op hunne eigene
(I) De grootvader van den Hertog van ORLEA^■s was gehuwd geweest met
Valentine Visconti, de laatste afstammelinge van bet vroegere hertogelijke
stamhuis der Visconti's , dat in het midden der vijftiende eeuw in do man-
nelijke linie uitgestorven was (I. deel bl. 217). De condottiere Frans SroEZA,
de grootvader van Johan Galleazzo , had zich daarop van het bewind
meester gemaakt; doch daar bij het liuwelijk van Valektike bepaald was,
dat bare nakomelingen, indien de Visconti's in de mannelijke lijn uitstier-
ven , regt zouden hebben op de opvolging ia Milaan, vloeiden hieruit van
zelve de aanspraken van haren kleinzoon, den Hertog van Orleans, voort.