Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-156
De Keurvorst Karel Albert van Beijeren, die niet, even als
zijne gemalin (bl. 151), de Pragmatieke erkend had, maak-
te onmiddellijk aanspraak op de Oostenrijksche nalatenschap, op
grond dat hij afstamde van de oudste dochter van Keizer Fer-
dinand II, wiens nakomelingen in de mannelijke linie nu met
Karel VI waren uitgestorven.
Koning Philips V van Spanje deed hetzelfde, hoewel hy de
Pragmatieke Sanctie had erkend (bl. 152). Hij beweerde , dat hij
met de kroon van Spanje ook de regten had geërfd van het
Spaansch-Habsburgsche buis, en dus nu aanspraak had op de nala-
tenschap van den laatsten mannelijken afstammeling van het Oos-
tenrijksch-Habsburgsche. Eene voorname oorzaak tot deze on-
regtvaardige aanmatiging was eigenlijk, dat de heerschzuchtige
Koningin Elizabeth, die haren zoon Carlos reeds den troon
van A'ajjfiZs had bezorgd (bl. 154), nu ook gelegenheid zocht om ha-
ren tweeden zoon Philips, insgelijks een onafhankelijk gebied te
bezorgen.
August III, Keurvorst van Saksen en Koning van Polen,
eischte ook, in weerwil dat hij de regten van Maria Theresia
had erkend, als gemaal van de oudste dochter van Keizer Jozef I
(bl. 151), de geheele nalatenschap voor zich.
Frankrijk, welks verachtelijke Koning Lodewijk XV zich ge-
heel en al door onwaardige en eergierige gunstelingen liet be-
heerschen, zocht mede zijn voordeel te doen met de voorgenomen
berooving van Maria Theresia. In weerwil, dat het eveneens
de Pragmatieke Sanctie had erkend (hl. 154), bragt het een ver-
bond tot stand tusschen de verschillende mededingers, waarbij
de onderlinge verdeeling der Oostenryksche erflanden bepaald
werd (Mei 1741). Het was hiertoe voornamelijk overgehaald
door Karel Albert van Beijeren, die het vooruitzigt had, tot
Keizer van Duitschland te zullen worden verkozen, en in het
geheim de belofte aflegde, dat Frankrijk al de veroveringen, die
het aan den Rijn en in de Oostenrijksche Nederlanden zou maken^
zou mogen behouden.
De gevaarlijkste vyand evenwel voor Maria Theresia was de
Koning van Pruissen. Deze erkende wel is waar de Pragmatieke
Sanctie, maar besloot zyn grondgebied ten koste van Oostenrijk
te vergrooten, en zich meester te maken van Silezië. Hij nam
te dien einde verouderde aanspraken , die het Brandenburgsche
huis op een klein gedeelte van Silezië maken kon, tot voorwend-
sel om dat gewest binnen te rukken (1740), en stelde toen Ma-
ria Theresia voor, haar tegen hare vijanden te ondersteunen.