Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-150
Bourbon (1700—1746), was een zwak, krachteloos en tot regeren
ten eenemale ongeschikt vorst, die zich geheel en al liet beheer-
schen door zijne tweede gemalin, Elizabeth Farnese, de nicht
van den regerenden Hertog van Parma, den laatsten mannelij-
ken afstammeling van het huis van Farnese. Daar Philips V
uit zijn eerste huwelyk twee zonen had, en er derhalve voor de
kinderen van Elizabeth weinig of geen vooruitzigt op de troons-
opvolging in Spatije bestond, wenschte de heerschzuchlige vorstin
voor deze ook onafhankelijke vorstendommen te verwerven. In
de plannen, welke zij te dien einde smeedde, vond zij een krach-
tigen steun bij den schranderen en ondernemenden Kardinaal
Alberoki, die als minister de Spaansche zaken leidde. Met uit-
stekende bekwaamheid wist deze den inwendigen toestand van
Spanje in korten tijd te verbeteren ; door bevordering van nij-
verheid en landbouw vermeerderde hij de inkomsten van het rijk,
bragt een goed ingerigt leger op de been, en herstelde de ver-
vallen zeemagt. Wanneer het welzijn van Spanje hierbij het
hoofddoel geweest ware , zou zijn bestuur eene weldaad voor de
natie hebben kunnen zijn ; maar alles diende slechts om de eerzucht
der Koningin te bevredigen en om een onreglvaardigen oorlog te
beginnen, ten einde de landen te heroveren, die bij den vrede
van Utrecht aan de Spaansche monarchij waren ontnomen (bl. 141).
Om zoo weinig mogelijk in zijne plannen verhinderd te wor-
den , breidde Alberoni, als het ware over geheel Europa, een net
van staatkundige kuiperijen uit. Om Engeland, dal even als Fra?j/i:-
rijk de instandhouding van den Utrechtschen vrede wenschte,
van krachtige tegenwerking terug te houden, ondersteunde hij de
pogingen van den Pretendent (1), die in 1716 eene landing in
Schotland deed, om George I van den troon te stooten, welke
poging echter geheel en al mislukte.
In Frankrijk smeedde hij in het geheim eene zamenzwering
tegen den Regent, die evenwel ontdekt en verijdeld werd.
In Ilotigarije trachtte hij het volk tegen Ooste^irijk in opstand
te brengen.
Toen hij eindelijk meende genoegzaam voorbereid te zijn, zond
hij onverwachts een leger naar Sardinië, dat spoedig veroverd
werd (1717), en maakte zich daarna eveneens van een gedeelte
van Sicilië meester (1718).
Intusschen kwam er nog in laatstgenoemd jaar een verbond tot
(1) De zoou van Jacobtis II, die nog steeds aanspraak op den Engelschen
troon maakte.