Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-137
Nederlanden, Milaan en de rijke koloniën, gezamenlijk bij een an-
der rijk gevoegd werden, dit bierdoor een overwigt van magt zou
verkrijgen, dat gevaarlijk zou kunnen worden voor de overige
rijken. Vooral zou dit bet geval zijn, wanneer Frankrijk in het
bezit der rijke nalatenschap kwam, daar het dan den heersch-
zuchtigen Lodewijk XIV niet moeijelijk zou vallen, zijn wil
overal als wet te doen gelden. Wel is waar, had hy by zijn
huwelijk met de zuster van Karel II afstand gedaan van alle
regten op het Spaansch grondgebied, maar het gebeurde in de
laatste jaren had reeds bewezen. hoe weinig hij zich daaraan
stoorde, en h'y verklaarde nu zelf, dat hij noch zyne gemalin
bevoegd waren geweest, over de regten hunner nakomelingen te
beschikken. Om evenwel te gemoet te komen aan het bezwaar,
dat men zou kunnen maken tegen eene vereeniging van Frankrijk
en Spanje onder één vorst, droeg hij zyne aanspraken over op
zijnen tweeden kleinzoon, den Hertog Philips van Anjou, waar-
door dan toch de Spaansche kroon in zijn stamhuis zou komen.
Een tweede mededinger naar die kroon was Keizer Leopold I
van Duitschland, die gehuwd was geweest met eene jongere zus-
ter van Karel II, welke van haar erfregt geen afstand ge-
daan had, terwijl hij bovendien met grond beweerde, dat,
wanneer de Spaansche linie van het Habsburgsche Huis (bl. 20)
uitstierf, de Oostenrijksche linie aanspraak op de nalatenschap
had. Om echter eveneens het bezwaar te vermijden , dat men
tegen eene te groote magtsvermeerdering van het Oostenrijksche
Huis zou kunnen maken , deed hij afstand van zijne regten, ten
behoeve van den Aartshertog Karel, zyn tweeden zoon, die
dus niet bestemd was, hem in de Oostenrijksche erflanden op te
volgen.
Eindelijk was er een derde mededinger naar de Spaansche kroon,
de zesjarige Keurvorst van Deijeren, de zoon van den Keurvorst ,
die van moederszyde van Philips IV afstamde.
De gewigtige vraag omtrent de toekomst van Spanje hield in
de laatste jaren van de 17de eeuw geheel westelijk Europa bijna
uitsluitend bezig, en het was vooral Willem III, die ook hier
weder met groot staatkundig beleid het gevaar zocht af te wen-
den , dat de rust van Europa bedreigde. Door zijn toedoen kwa-
men de belanghebbende mogendheden overeen, dat de Spaansche
monarchij, na den dood van Karel II, verdeeld zou worden , en
sloten zij te dien einde in 1698 een verdeelings-tractaat, waarby
aan den jeugdigen Keurprins van Deijeren het grootste gedeelte
der Spaansche heerschappij werd toegekend.