Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-130
verbond tot stand te brengen tusschen den Keizer, Spanje, Zwe-
den , den Keurvorst van Beijeren en de Duitsche vorsten langs den
regteroever des Boven-Rijns.
Eenigen tijd later ontstond er eene nieuwe aanleiding tot ver-
wikkelingen toen de Aartsbisschop van Keulen stierf, en zijne
waardigheid, waaraan tevens die van Keurvorst was verbonden ^
door den Paus, op aandringen van den Keizer, aan een Prins van
Beijeren werd verleend (1688), terwijl Lodewijk XIV om zijn in-
vloed in Duitschland te vermeerderen, de verkiezing van den
Franschgezinden Bisschop van Straatsburg had zoeken door te
drijven. Onmiddellijk hierop verklaarde hij den oorlog aan Keizer
Leopold en het Duitsche rijk, en aan den Paus, in diens hoe-
danigheid van wereldlijk vorst. Weldra volgde eveneens de oor-
logsverklaring aan de Vereenigde Nederlanden en aan Spanje; doch
kort te voren had in Engeland eene omwenteling plaats gegrepen,
die den Franschgezinden Koning Jacobus II, den opvolger van
Karel II, de kroon deed verliezen, en Willem van Oranje, den
standvastigen vijand van den Franschen overweldiger, in zijne
a plaats op den Engelschen troon bragt.
§ 11. Omwenteling in Engeland. Willem III beklimt den
Engelschen troon.
Hierboven is reeds gezegd, op welke schandelijke wijze, Ka-
rel II de belangen van zijn rijk verwaarloosde en jaren achter-
een, in het geheim, aanzienlijke geldsommen van Lodewijk XIV
ontving, die hem in staat stelden, zijne ligtzinnige en verkwis-
tende levenswijze voort te zetten. De leiding der staatszaken had
hij sedert het jaar 1670 aan een ministerie van vyf mannen toe-
vertrouwd, die, in strijd met den vrijheidslievenden geest van het
Engelsche volk, aan den Koning een onbeperkt gezag wilden ver-
schaffen (1) , en daarbij rekenden op de ondersteuning van Lo-
dewijk XIV, die in datzelfde jaar in het geheim aan den En-
gelschen Koning beloofd had, dat hy hem met een leger zou
ondersteunen, indien zijne onderdanen tegen hem in opstand
kwamen.
Terzelfder tijd begonnen Karel II en zijne ministers de Katho-
lijken te begunstigen, niet uit een beginsel van verdraagzaam-
(1) Dit ministerie werd naar de aanvangsletters van de namen der leden,
Clifpobd , Aelington , bückufgham, Ashlet en Laüdeedale , het
caial-ministerie genoemd.