Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
no
van den naijver, waarmede de Engelschen den grooten bloei van
den handel en de scheepvaart .der Nederlanders aanzagen. Reeds
had de Acte van navigatie, die in het jaar 1651 door het Parle-
ment was uitgevaardigd, en waai-bij bepaald werd, dat vreemde
schepen alleen de koopwaren uit hun eigen land naar Engeland
mogten voeren, een groot nadeel toegebragt aan den zeehandel
der Nederlanders, toen de Engelschen bovendien eene belasting
van hen vorderden voor de visscherij en de zeeën, die Etigeland
omringden, en buitengewone eerbewijzingen voor hunne vlag ver-
langden.
Ten gevolge van dit alles brak de oorlog uit, die door de Ne-
derlanders met grooten heldenmoed, maar ten gevolge van de
slechte maatregelen van het bestuur, met groot nadeel gevoerd
werd, en in 1654 met den vrede van Westminster eindigde,
welke in alle opzigten voor Engeland voordeelig was.
Gedurende den loop van dezen oorlog waren in Engeland be-
langrijke veranderingen in het binnenlandsche bestuur gekomen.
Cromwell, die naar hooger gezag streefde, en wel inzag, dat
de groote meerderheid der natie niet tevreden was met de inrig-
ting van het bestuur, wist in het geheim en schijnbaar zonder
dat hij zich met iets inliet, tweedragt te verwekken tusschen het
leger en het Parlement. Toen eindelijk de ontevredenheid van
officieren en soldaten tot eene groote hoogte geklommen was,
wierp hij het masker af, omsingelde het parlementsgebouw met
troepen en joeg daarop de vergadering met geweld uiteen (April
1653). Eveneens ontbond hij den Staatsraad (bl. 97) en vormde
een nieuwen, hoofdzakelijk uit officieren zamengesteld. Deze ko-
zen een nieuw Parlement, dat evenwel uit geheel ongeschikte
personen bestond, en nog voor het einde van het jaar 1653 ins-
gelyks werd ontbonden, waarop de geheele staatsregeling ge-
wijzigd werd. Het hoogste gezag werd nu opgedragen aan Crom-
well , wien de titel verleend werd van Lord Protector van En-
geland , Schotland en Ierland, en die met een Parlement van 460
leden de wetgevende magt zou deelen.
Van toen af heerschte Cromwell met Koninklijke magt, en
wist zijn gezag' door middel van het hem toegedane krygsvolk
te handhaven. Door zijne krachtige staatkunde herkreeg Enge-
land den invloed op de Europeesche aangelegenheden, welke het
sedert den tijd van Koningin Elizabeth geheel verloren had.
Hij trad als bondgenoot van Frankrijk op in den oorlog tegen
Spanje (bl. 108), en bezorgde daardoor aan Engeland het bezit
van het eiland Jamaika en van de stad Duinkerken op de kust