Boekgegevens
Titel: Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Auteur: Mundt, G.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1823
4de, aanmerkelijk verb. dr
Opmerking: Vert. van: Burgheim unter seinen Kindern. - 1798-1801
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-722
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201481
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Vorige scan Volgende scanScanned page
216 MENSCHELIJKHEID
er eerst de hand op geven , dat hij de arme paarden
riet meer (laan zoude. Nu liep ik naar het dorp,
en mijn Vader was aanftonds klaar. De palfrenier
moest de twee fterkfte paarden optuigen, ik zette
mij aanftonds op het eene, en jan op het andere,
en, eer de voerman er aan dacht, waren wij bij
hem. Gij kent. die twee groote hengften immers
wel? (5én ruk, en de wagen ftond weêr overeind!
Terftond daarop had hij den weg bereikt, dien
mijn Vader heeft laten verbeteren — en nu zal hij
wel voortkomen. Ik ben zoo blijde, dat ik daaf
juist 6p aan moest komen !
„ Die goede antonie!" zeiden de kinderen, en
konden nog niet nalaten op dien voerman ce knor-
ren.
Dominé. Gij hebt gelijk, kinÖeren ! dat gij u
over het gedrag van antojjie verheugt. Dat is
ware barmhartigheid — niet weenen , niet zuch-
ten en klagen, en op de gruwzaamheid van ande-
re menfchen fcheiden, maar helpen. Het is on-
geloofelijk, hoe ver wij nog in de waarneming
onzer pligten jegens de dierlijke fchepping ten
achteren zijn; wij, die altoos van verlichting , van
verfijning van gevoel fpreken, altijd de menfchen.
liefde in den mond voeren; als of de menfchen.
vriend,