Boekgegevens
Titel: Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Auteur: Mundt, G.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1823
4de, aanmerkelijk verb. dr
Opmerking: Vert. van: Burgheim unter seinen Kindern. - 1798-1801
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-722
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201481
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Vorige scan Volgende scanScanned page
vervolg der jaargetjjden. 123
dai zij horizontaal blijft.') deze rigting moet de
as onveranderlijk blijven behouden. De bovenfte
hoek cier^ kamer zij het noorden, de onderfte het
zuiden. Den rand der tafel zullen wij ongeveer
in- vier gelijke deelen verdeelen: hier, midden
op het fmalle eindg, zij een piint,- hier, op de
tegenovergeftelde zijde, ook een; hier, midden
op de breede zijde, het derde, e^j regt daar te-
gen over, het vierde. Nu zullen wij onze klei-
ne aarde eens om,hare zon voeren; zoo echter,
tlat hare as , de breipen , altijd derzelver aange-
wezene rigting behoude. Hier , bij het pimt van
het breede einde\ begin ik. Het licht valt er
nu zóó" op, dat de as tusfchen de grenzen der
dag- en nacht-zijde doorgaat. In deze plaats der
baan is over de geheele aarde dag èn nacht ge-
lijk, en hier bij ons lente. Ik verplaats de aarde
verder, en gij. ziet, hoe de geheele noordpool
allengskens in, het licht, en de zuidpool in het
donker komt; aan de noordpool wordt het dus
dag, en aan de züidpool nacht. De zonneftralen
vallen op onze landan^gedurig minder fchuins,
het wordt dus bij ons warmer ; op den evenaar
\ vallen zij "niet meer lijnregt, dus wordt het al-
jj daar koeler; op het zuidelijk halft'ond vallen zij
§c.