Boekgegevens
Titel: Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Auteur: Mundt, G.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1823
4de, aanmerkelijk verb. dr
Opmerking: Vert. van: Burgheim unter seinen Kindern. - 1798-1801
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-722
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201481
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Vorige scan Volgende scanScanned page
105 het kerkhof.
bedekt. Verbeeldt ii nu eens, dat antonie,naast
"haar lag, en d,eze fteen hen beide bedekte; dat
daar de rustplaats ware van. zoo menigen fpeel-
»lakker, van zoo menigen vriend of vriendin, met
welke gij de zon zoo fchoon op en onder zaagt
gaan, met welke gij zoo vele zomeravonden , in
den zilveren manenfchijn, hand aan hand, langs
onze beek, door bosch en korenvelden gingt.
Ach, zij-, vóór u ter ruste gedaan, lieten u hier
alleen: zoudt gij de plaats niet dikwerf bezoe-
ken, waar zij' (liepen? Verbeeldt u nu eens, dat
gij in den fchemeravond , treurig geftemd, aan
de ,graven uwer vrienden gekomen zijt, zonder
hiervan bewust te zijn. Thans 'gaat de maan
rein en zuiver op, als de onfchuld, en gij
verheugt u, haar, even als eene vriendin, wel-
kom te mogen- heetcn ?; Zij geleidt u zeker op
de duistere wegen , — zij brengt toch zoo me-
nigen reizende op den weg zijner beftemming —
doch zonder gedruisch, zacht cnftil; zij wekt zoo
menige zachte aandoening in u op, herinnert u
het verledene, fchtnkt vrolijke hoop op de toe-
komst, et verfpreidt helderheid in uwe ziel:
maar op hec oogenblik verdwijnt z[i achter eene
wolk; gij roept haar na, om u niet, zoo als
uwe vrienden deden, te verlaten; — zij hoort
uwen