Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
dezelfde cijfers plaatst, heeft men een getal van vier
cijfers. Hoeveel maal is het eerste getal grooter ge-
worden ?
§ 3.
1. Welke jaargetallen in deze eeuw zijn het, waar-
van de som der cijfers It) is?
2. Het getal ü heeft de eigenschap van door '1 en 3
deelbaar te zijn, terwyl de som der deelers plus 1 gelyk 't
getal is. Kunt ge nog zulk een getal vinden beneden 50?
3. De som van twee getallen is 64. Het verschil
is 12. Welke z'yn die getallen?
4 Twee kinderen deelen een rijksdaalder. Het eene
krijgt een kwartje meer dan het andere. Wat krijgt ieder?
5. A en B deelen een rijksdaalder. Zij moeten de-
zelfde stukken ontvangen, doch A één stuk meer dan B.
Hoe kan die verdeeling het voordeeligst voor A en ook ,
hoe het voordeeligst voor B geschieden?
6. Twee menschen deelen een rijksdaalder. De eene
krijgt 3 maal zooveel als de andere met een dubbeltje.—
Hoeveel krijgt de een meer dan de andere?
7. De som van twee getallen is 25. Telt men het
kleinste getal bij de som op, dan verkrijgt men 30.
Welke z'yn die getallen ?
8. Als men by de som van twee getallen het grootste
dier getallen telt, krijgt men 25. Trekt men er het
kleinste van af, dan blijft er 10 over. Welke z'yn die
getallen ?
9. Als men de som van twee getallen met het
grootste vermeerdert, verkrijgt men 13. Als men de
som met het kleinste vermeerdert, verkrijgt men 11.
Welke z'yn die getallen ?