Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
het teruggeven van 't geld /aSSO ontvangt, hoe lang
was dat geld gebruikt?
3. Een kapitaal geeft in jaar het halve kap.
aan interest. Hoeveel percent geeft dat geld?
4. Iemand zet geld uit gedurende 8 maanden.
Als hij bij 't teruggeven van kapitaal en intrest ^
van zijn kap. ontvangt, hoeveel had hem dan /100
in een jaar opgebracht?
5. Het uur van opgang der zon is op het uur van
ondergang der zon anderhalfmaal begrepen, hoe laat
gaat de zon op en onder?
6. De breuk 0,24 moet door deeling veranderd
worden in de breuk 0,^0. Hoe kan dat?
7. Het 0,024 van eene som geld kan met een rond
getal dubbeltjes betaald worden. Hoeveel kan men
er op zijn minst geven?
8. Iemand gaat om 9 uur uit A en komt om 12
uur te B. Een ander gaat kwart na 9 uur uit A
en komt kwart voor 12 uur te B. Hoe laat heeft
de tweede den eersten ingehaald?
9. Als maal het geld van A zooveel is als 3|
maal het geld van B, wie heeft het meeste? Hoe-
veel maal heeft de een meer dan de andere?
10. Eene zuiv. rep. breuk van 3 verschillende cijfers
is de deeler van eene deeling. Men vraagt, hoe groot
het deeltal zaj moeten zijn (in een geheel getal uit-
gedrukt) om het quotiënt zoo klein mogelijk (ook in
een geheel getal uitgedrukt) te doen zijn?