Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
is 2 maal zoo groot als de breedte, hoeveel M*. is
de oppervlakte?
4. Iemand zei dat hij over 6 jaar, als hij dan nog
leeft, driemaal zoo oud zal zijn, als hij voor 4 jaar
was. Beredeneer, hoe oud hij is.
5. Er zijn twee getallen. Het grootste is 48. Ver-
mindert men hunne som met de helft van het klein-
ste, dan verkrijgt men van die som. Welke z'ijn
die getallen?
6. Drie kinderen hebben noten gekocht. A geeft
4 centen, B geeft 10 centen en C geeft 6 centen.
Als ze 100 noten kochten, wat kreeg elk kind?
7. Had een koopman op eene partij koopwaren de
helft meer gewonnen, dan had hij juist ^ van den inkoop
gewonnen. Hoeveel stuk won hij met 100 stukken?
8. Als een getal door 0,24 gedeeld wordt, wordt
het 190 eenheden grooter. Welk getal is dat?
9. Iemand geeft van zijn geld { en f2, daarna
nog f iß uit; als hij nu zooveel overhoudt als hij
weggegeven heeft, wat had die man?
10. P. heeft een aantal rijksdaalders en guldens,
samen 44 stuks. Geeft hij ^ van de rijksd. en | van
de guldens uit, dan houdt hij nog 26 stuks over.
Wat heefit die man?
§ 35.
1. Bij welke bewerkingen komt het te pas eene
gewone breuk te herleiden tot eene breuk met gege-
ven noemer?
2. Iemand zet /'2500 op intrest uit. Hij geniet
van elke f 100 drie gulden in een jaar. Als hij bij