Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
helft van het hout beneden 5 M. Hoe lang is 't hout ?
3. len^and heeft rijksdaalders en kwartjes, samen
23 stukken. Hij wisselt de rijksdaalders tegen kwar-
tjes en zoo heeft hij 143 stukken. Hoeveel rijksd.
en kw. heeft die man?
4. Twee lijnen zijn er getrokken. De eene is 10 c. M.
langer dan de andere en de kleinste is juist het derde
deel van de grootste. Hoe lang zijn die lijnen?
5. Van een touw wordt het | afgesneden, daarna
nog 5 M. Van de rest wordt het | afgesneden en er
blijft dan nog 36 M. over. Hoe lang was dat touw?
6. Hoeveel is het verschil tusschen 0,4150$ en
0,14;S'6$? Zonder herleiding tot gewone breuken.
7. Als men het | van een getal met 0,0^55 verhoogt,
verkrijgt men het f van het getal. Welk getal is dat?
8. Een koopman verkoopt 3 pijpen voor /2,3. De
eerste pijp kost 20 cents minder dan de tweede. De
derde kost IJ maal de eerste, wat kost elke pijp?
9. A verdient in 5 dagen zooveel als B in 6 da-
gen. A begint den 27 Juni te werken; wanneer
moet B beginnen, om den 10 Aug. van hetzelfde jaar
evenveel te hebben?
10. Twee jongens hebben samen /■ 9,15. Geef ik
den eenen 75 cents, dan hebben ze evenveel. Bere-
ken, hoeveel elk heeft.
32.
1.
Vermenigvuldig met 0,1
Deel 0,J2(J door 0,l%f.
2. Hoe moet eene breuk geschreven zijn, opdat
zy, de teller en noeimer met hetzelfde getal vermin-
derd wordende, gelijk O worde?