Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Men moet het 0,45 vati eene minuut op derde-
half uur meten, hoeveel maal gaat dat?
3. Iemand betaalt het 0,36 van een schuld, later
nog het I van de rest, als nu nog ƒ4 Ie betalen is,
hoe groot was die schuld?
4. De som van | en | wordt verminderd met
het verschil van 2 andere breuken, zoodat de rest
O is. Welke twee breuken kunnen dat zijn, als hare
tellers even groot zijn?
5. 's Morgens half 11 moeten van den dag I j maal
meer uren komen dan voorbij zijn. Hoe laat was
het, toen de zon opging?
6. Iemand heeft rijksd. en guld.; 7 guld. meer
dan rijksd. Hij wisselt die stukken tegen kwartjes
en heeft dan 84 stukken. Hoeveel geld heeft hij?
7. Ik heb een gelijk aantal dubbeltjes en centen.
Geef ik de helft van mijn dubbeltjes en het derde van
mijn centen weg, zoo houd ik nog /■0,51 over. Wat heb ik?
8. Als men het | van een getal bij 18 optelt,
verkrijgt men 2 maal dat getal, welk getal is dat?
9. Als 2| K. G. suiker zooveel kost als 1 K. G. thee,
en 4 K. G. thee zooveel als 10 K. G. tabak en 1 K. G.
tabak 24 stuivers kost, wat kost dan 1 K.G. suiker?
10. Het derde gedeelte van den dag is om, Hoe
laat is het dan, als er zooveel uren voor half drie moe-
ten komen als van half drie tot't einde van den dag?
§ 31.
1. Drie personen moeten eene som geld deelen.
A en B krygen samen het drie vierde; B en G sa-
men de helft. Welk gedeelte krijgt ieder?
2, Een stuk hout is zooveel boven de 5 M. als de