Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
tyd van den dag, die nog komen moet, verloopen;
hoe laat gaat de zon op en onder?
4. Er is eene deeling. De deeler is 1 meer dan het
quotient, ook 1 meer dan de rest. Als de som van
deeler, quotient en rest 49 is, schrijf dan die deeling.
5. Iemand had dagelijks /'l^ noodig. Dit zou hij
kunnen uitgeven, als zijne verdiensten J hooger wa-
ren, hoeveel verdiende die man per dag?
6. Het soortelijk gewicht van olie is 0,915. Hoe-
veel L. olie bevat 1 K. G. olie?
7. Deel | in 2 deelen, zoodanig dat het eene
deel 3j maal zoo groot is als het andere deel.
8. Van een stuk linnen wordt verkocht de helft op
3 M. na, daarna van de rest twee derde gedeelte en
dan schiet er nog 10 M. over. Hoe lang is het stuk ?
9. A, B en C koopen eene koe. A krijgt 80 K. G.,
B geeft /■50. C krijgt 100 K. G., zijnde 20 K.G.
meer dan B. Hoe zwaar is die koe?
10. A heeft fZ\. B heeft fA. Met welk gedeelte
moet A zijn geld verhoogen, om zooveel als B te
hebben? En met welk gedeelte moet B zijn geld
verminderen, om zooveel als A te hebben?
§ 29.
1. Iemand heeft een stuk papier lang en breed
2 d.M. Hij wil dit papier in 16 vierkantjes knippen,
die even groot zijn. Hoe moet hij dat werk verrichten ?
2. Een stuk papier lang en breed 8 en 6 c. M.,
wordt in vierkanten geknipt; hoeveel vierkanten .op
zijn minst kan men hebben?
3