Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
4. De omtrek van eene lei met de lyst is 5 d.M. De
breedte van de lijst is ^ d.M.; hoe groot is de Igst?
5. Van een kubus is elke ribbe 2{ d.M.; hoeveel
M.' is de oppervlakte?
6. Men heett een kubus waarvan elke ribbe ^^ d.M.
is; die wordt in 2 gelijke deelen verdeeld in delengte;
hoeveel M.^ bedraagt de oppervlakte?
7. Er zijn 12 gelijke kuben, waarvan de ribben
1{ d.M. zyn. Men plaatst ze in den vorm van een
balk, zoodat er 3 in de lengte en 2 in de breedte en
hoogte zyn. Hoe lang, breed en hoog is dat lichaam?
En hoe groot is de oppervlakte?
8. Hoeveel H.L. koren bevat een bak , die derde-
half M.3 inhoud heeft?
9. Hoeveel H.G. weegt het Z.G. water, dat in
een c.L. gaat?
10. Van een M.' wordt genomen eerst J, daarna
van de rest ^ , van de komende rest |; hoeveel dM.'
blijft er nog over ?
24.
1. Het quotient van 2 getallen is 2, desoml3|,
welke zijn die getallen ?
2. Het quotient van 2 getallen is IJ , het verschil
, welke zijn die getallen ?
3. Drie menschen A, B en C deelen centen.
A krijgt de helft en 1 cent; B krijgt een derde en
twee centen en G een achtste en vier centen en daar-
meê is alles verdeeld. Hoeveel was er te verdeden ?
4. Een rijksdaalder weegt 25 en een gulden weegt
10 G. Hoeveel rijksd. en guldens, van ieder een gelijk