Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
8. Iemand deelt op de volgende manier:
4 op 12 gaat 3 maal, 3 is de teller
4 /121 3 van 't quotient.
TimiT
7 op 49 gaat 7 maal, 7 is de noemer
van 't quotiënt.
Deelt liij goed? En waarom?
9. Iemand deelt op de volgende manier:
2/7/7 De noemers der breuken door 3 ge-
8 deeld, zoo worden ze 1 en 4. De
1 / helft van J is gelijk 't quotiënt.
Deelt hij goed? En waarom?
10. Iemand deelt op de volgende manier:
È-IJ-ll.'k} Het vijfde van /r is /j — dit met
6/11/55'55 6 vermenigvuldigd, geeft
het quotiënt der breuken.
Deelt hy goed? En waarom?
§ 14.
1. I — J = 3'ï; Ï — ï = T J • Kunt ge nog meer breu-
ken, met den teller 1, vinden, welker verschil ook is?
2. Hoe moeten twee breuken zyn, opdat haar
verschil gelijk haar product zij?
3. Er zijn 3 breuken: | en Wat kan men al
zoo met 2 van die breuken veri-ichten, om de derde
te verkrijgen? Noem nog meer zulke breuken.
4. Een getal A wordt op 2 verschillende getallen
B en C gedeeld. Het eerste quotiënt is {; het tweede
is Hoeveel maal is C op B begrepen?
5. Is het mogelijk b'y \ eenige malen | te voegen,
om een geheel getal te verkrijgen? Waarom?
6. Verdeel | zoodanig in twee deelen, dat het
eene 5 maal zoo groot is als het andere.