Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
9. Deel in het achtt. talst. 7-257 in dertien geUjke
deelen.
10. Van de cijfers 1,2 en 4 zijn alle mogelijke ge-
tallen van drie cijfers gemaakt. Zoo de som dier ge-
tallen, in zeker talstelsel uitgedrukt, 1554 is, zoo
vraagt men te beredeneeren, in welk talstelsel dit is.
§ 12.
1. Als men schrijft: — 1
2 — 3
4 — 5
6-7
8—9, blijkt duidelijk, dathet
verschil van de som der evene en die der onevene
cijfers 5 is. — Pas deze eigenschap toe op de getallen
van 10—99 en bepaal daardoor het verschil van de som
der evene en die der onevene getallen van 2 cijfers.
2. In welke talstelsels zal de som der evene cij-
fers die der onevene overtreffen?
3. Als de som der evene cijfers die der onevene
met 4 overtreft, in welk talstelsel is dat?
4. Hoeveel is het verschil der evene en onevene
getallen van 1 en 2 cijfers in het vyftallig talstelsel?
5. Hoeveel is de som der getallen van 1 en 2
cijfers in het achtt. talstelsel?
6. Als men de getallen van 1 en 2 cijfers naast
elkander schreef, kunt ge dan ook zeggen, in welke
talstelsels men geen middelste getal hebben zou?
7. Waarom kunnen wij in ons tient. talst. maar
90 getallen van 2 cijfers hebben?
8. Iemand wisselt guldens tegen kwartjes. Had hij