Boekgegevens
Titel: Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Auteur: Moll, H.J.
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten & zoon, 1882
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6619
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201461
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Drie honderd en vijftig rekenkunstige opgaven, die beredeneerd moeten worden uitgewerkt
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
§
1. Verklaar de woorden:
a. Veelvoud.
b. Gemeen veelvoud.
c. Kleinste gemeene veelvoud.
2. Zoek het kl. gem. veelvoud van 8—12—15 —
20 — 28 — 35 — 42 op twee wijzen.
3. Wat is het kleinste getal, dat door 6, 8, 9, 10
gedeeld, telken reize 5 tot rest laat?
4. Een jongen heeft centen. Hij kan ze precies aan
hoopjes leggen van 6, of van 5, of van 2 centen. Maar
legt hij ze aan hoopjes van 7 centen, dan schieten er
2 over. Hoeveel centen kan hij op zijn minst hebben?
5. Wat is voor u het bewijs, dat de bewerking
van het zoeken van het kl. gem. veelv. van eenige
getallen goed geschied is?
6. Er is eone deeling. De som van deeler, deeltal
en quotiënt is 134. Als men nu weet, dat het deeltal
14 maal de deeler is, dan vraagt men die deeling te
schrijven.
7. Het gedurig product van deeltal, deeler en quo-
tiënt is 144. Als nu het deeltal 9 eenheden grooter dan
de deeler is, vraagt rnen die deeling te schrijven.
8. Men heeft zeker getal met 25 vermeerderd; die
som door 25 gedeeld; van dat quotiënt 25 afgetrok-
ken; die rest is 624 minder dan het primitieve getal.
Wat was dat getal?
9. Men deelt 6 op zeker getal. Die deeling gaat op.
Men deelt 15 op datzelfde getal. Die deeling gaat ook
op. Als nu de som der quotienten 42 is, schrijft dan
die deelingen.