Boekgegevens
Titel: Tweeërlei weegschaal
Auteur: Mey, H.W. van der
Uitgave: Leiden: Eduard IJdo, 1892
Herziene druk van 1884
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6512
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201436
Onderwerp: Onderwijs: studentengedrag
Trefwoord: Straf, Beloningen, Gymnasia, Financiering
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Tweeërlei weegschaal
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
aan de verdeeliiig van den schrijver in »de Hollander",
zeggen wij: er zijn zonen van rijke en aanzienlijke
ouders, zonen van den minderen man, doch verrewe(]
de meesten zijn zonen van den gezeten burger '). Neemt
') Artikel 24 der Wet op het Hooger Onderwijs luidt: »Ter tegeinoot-
koiniiig in de kosten dor gyiTinasia kan van iedereii leerling ecnc bijdrnge
gevorderd worden, die echter het bedrag van100'sjaars voor alle lessen
niet te boven gaat."
De Gemeenteraad van Leiden heeft het minerval bepaald op /" lOO, en
voor twee of meer leerlingen uit één huisgezin, elk 75. De gezamen-
lijke leerlingen betalen thans /"OITS 'sjaars, dtis maar /'4'25 boneden
het maximum door de wet gesteld. Van de toehoorders wordt in de Wet
op het H. O. niet gesproken. Voor het tarief, waarnaar deze betalen, is
dus alleen de Gemeenteraad verantwoordelijk. En hoeveel betaalt nu een
toelioorder voor alle lessen? Let wel, in de eerste klasse /"190, in de
tweede /^IS, in de derde ƒ 205, in de vierde /'205, in de vijfde /"225,
in de zesde f'230. Verder betalen de ouders, behalve het schoolgeld voor
hunne eigene kinderen, natuurlijk ook nog mede in de kosten van hot
geheele gymnasium als deel van de geheele hui<?houding der Gemeente.
Of zij ze wegens het minerval vrij van sommige belastingen, b. v. van
bijdragen in de kosten van het armwezen, die het vorige jaar 40185
bedroegen, en van andere uitgaven, die krachtens de wet eenig en alleen
ten bate van armen, behoeftigen en minvermogenden geschieden? Toch
lezen wij in een strooibillet van ik weet niet welke partij, bij ik weet
niet welke verkiezing voor den Gemeenteraad, ter ondersteuning van ik
weet niet welke candidaten, doch onderteekend door de heeren Mr. J.
Breäius (lid van den Gemeenteraad) en L. den llouter Wz. — toch lezen
wij daar deze krasse woorden: »t is weelde dat we door de leerlingen
van het gymnasium (toch geen onvermogenden ?) slechts één derde laten
betalen van hetgeen hun onderwijs kost."
Wie zijn die «we"?
Mogen de ouders, wiei' zonen het gymnasium bezoeken, zelfs al zijn
er eenige rijken en aair/.ienlijken bij, ook nog meetellen, wanneer men
het publiek wil voorlichten en leiden?
Ligt er geen sterke tint van i'evoiutie in zulke uitspraken?