Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
§ 5.
1. Een rechtlioek heeft eene lengte van 4 d.M. en een(
breedte van 23 c.M.; hoeveel c.M^. is hij groot?
2. En hoeveel d.M is een rechthoek groot, die 2 D.M
lang en een hal ven M. breed is?
3. Een honderdste deel van een d.M'., welk deel is da
van een M ^ ?
4. Hoeveel m.M'. heeft men in G tiende deelen vai
een d.M\?
K. En hoeveel in 4 honderdste deelen van een M'.?
G. Hoeveel stuivers heeft men in 5 tienden van eei
gulden meer of minder dan in 4 tienden van eei
hal ven gulden?
7. Welk deel is een halve stuiver van een rijksdaalder
8. Hoeveel centen is hot verschil van 7 tiende deele:
van een gulden en 2 tiende deelen van een kwartje
!). Hoeveelmaal is 4 tiende deelen van een kwartje be
grepen in 4 tiende deelen van een rijksdaalder?
10. Mijn vader is vierdehalf tiende deel eener eeui
oud en als ik nog een tiende deel eener eeuw lee
ben ik 20 jaren oud. Hoeveel jaren is vader oude
dan ik? Hoeveel maanden zullen wij tezamen ovc
lÜ jaar zijn?
§ 6.
1. Mijn broeder heeft 6 tiende deelen van een rijki
daalder in zijn spaarpot en ik slechts 8 tienc
deelen van een halven gulden. Hoeveel centen hee
mijn broeder meer dan ik?