Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
4-. Zos tienddn van een M., welk doel is dat van een
K.M.?
5. Hoeveel d.M. is 6 tiende deelen van een K.M.? '
6. Hoeveel c.L. heeft men in 8 tiende deelen van
een L.?
7. Een honderdste van een L., welk deel is dat van
een H.L.?
8. Hoeveel c.G. heeft men in 5 honderdste van eene H.G ?
9. Hoeveel d.G. heeft men in vierdehalf duizendst«
van eene K.G. ?
i 0. Hoeveel d.L. bevat 3 tiende deelen 'van een H.L. ?
4.
1. Vier tiende deelen van eene d.G., welk deel is dat
van eene D.G.?
2. Hoeveel c.L. heeft men in derdehalven H.L.?
3. Hoeveel G. bevatten 7 tiende deelen van eene K.G. ?
4. Een tiende deel van eene H.A., hoeveel M^. is dat?
5. Een tiende deel van een M^., welk deel is dat va.n
eene A.?
6. Hoeveel mM'. bevat een duizendste deel van een M' ?
7. Hoe groot is een kwadraat of vierkant, dat zijden
heeft van 2, 5, 6, 7 d.M.?
8. En hoe groot een kwadraat, dat zijden heeft van
3, A, 8, !), 10 C.M.?
9. Als een rechthoek eene lengte heeft van ö en eene
breedte van 4 d.M., hoe groot is hij dan?
10. En hoe groot zal een rechthoek zijn, die 23 c.M.
lang en 12 c.M. breed is?