Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
2. Welk deel is een dubbele d.L. van een dubbelen D.L.?
3. Hoeveelmaal is eene halve G. in eene dubbele H.G.
begrepen?
4. Als een L. brandewijn 80 ets. kost, hoeveel kost
dan een halve d.L.?
5. A verdiende eens 17.SO gl. en B S maal zooveel.
Hoeveel verdiende A minder dan B?
6. Een jongen zegt: »als ik nog 2 maal zooveel geld
had als nu, dan zou ik op een rijksdaalder na lO gl.
hebben". Hoeveel geld had hij nu?
7. Het geld, dat Maria in haren spaarpot heeft, is S
maal begrepen in het geld van Anna. Als zij te
zamen 12.(i0 gl. hebben, hoeveel geld bezit Anna dan ?
8. K en L bezitten te zamen 25 gl. Als K 1.23 gl.
iiitgeeft en L 2.23 gl. verdient, dan heeft ieder even-
veel. Hoeveel heeft ieder dan en hoeveel had ieder
in het begin?
9. Als een koopman van eene hoeveelheid laken, be-
dragende 20 M., het 0.4 deel verkoopt, hoeveel houdt
hjj dan meer over, dan hij verkocht heeft?
10. G heeft 112.40 gl. en H heeft 119.90 gl. G ver-
dient per week 16.73 gl. en H 16.50 gl., terwijl zij
evenveel verteren. Na hoeveel weken zullen zij
evenveel hebben?
§ 17.
1. Een timmerman ontving 24 planken elk van 3.3
M. en 40 planken, die slechts half zoo lang waren.
Hoeveel M. waren zij te zamen?
2. Van 4 H.L. azijn verkocht men 3 maal het 8e deel