Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
2 Eu hoeveel gulden zou hij ontvangen voor een vierde
van de helft van 23 K.G.?
3. Een handwerksman verdiende eiken dag 2.80 gl. Hoe-
veel kon hij dagelijks verteren om juist toe te komen?
4. Eu hoeveel moest hij dagelijks minder verteren, om
juist zooveel over te houden, als hij in een halven
dag kon verdienen?
3 Twee broeders erfden ieder 2080 gl. De een ver-
diende per week 10.23 gl. en gaf 8.23 gl. uit. De
andere verdiende per jaar 850 gl. en verteerde 930 gl.
Na hoeveel jaren zal het kapitaal van don eersten
verdubbeld zijn? En na hoeveel tijd zal de ander
het zijno verteerd hebben?
6. Als men per week 6.23 gl. overhoudt, hoeveel houdt
men dan in een viorendeeljaars minder over dan
80 gl.?
7. lomand had per maand een inkomen van 200 gl.; ,
hoeveel was dat per week?
8. Zeker wandelaar liep drie uur en een kwartier en
een andere 2 maal zoo lang met nog 10 minuten.
Hoeveel minuten liep do een langer dan do ander?
9 Geef het verschil op tusschen O duizendtallen en
G duizendsten?
10. Hoeveelmaal is 4 honderdsten op 4 honderdtallen
begrepen ?
§ 16.
1. Als men voor een M. van zekere stof 2.40 gl. moet
betalen, wat moet men dan geven voor 49 M. en
9 d.M.?