Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
van en B 0,33 deel. Hoeveel moest B meer be-
talen dan A ? Hoeveel tiende deelen van de partij
bleven er nog over? Hoeveel L. was er meer ver-
kocht dan overgebleven ?
7. Pieter wilde vierdehalven gulden betalen met kwart-
jes en dubbeltjes van elk evenveel. Hoeveel stuks
moest hij van ieder hebben?
8. Iemand betaalde 700 gl. met evenzooveel rijksdaal-
ders als guldens. Hoeveel stuks had hij van ieder ?
9. Als ik 33 gl. wU betalen met kwartjes, halve gul-
dens en guldens, van ieder evenveel, hoeveel stuks
heb ik dan noodig?
10. Een boer ging naar de markt met 16 schapen en
20 lammeren. Voor de schapen kreeg hij 23 gl.
per stuk. Voor 3 maal het vierdedeel der lammeren
maakte hij de helft per stuk van hetgeen hij voor
een schaap ontving en de overige verkocht hij voor
4 rijksdaalders per stuk; hoeveel geld ontving hij
in het geheel?
§ 14.
1. Een bakker kocht 19 H.L. 9 D.L. en 3 L. tarwe
voor 12 gl. den H.L. en nog 13 H.L. rogge. Hij
betaalde te zamen 339.40 gl. Hoeveel kostte de
H.L. rogge?
2. Deze bakker had eens, toen hij zijn brood ging uit-
venten, op zijn' wagen 23 roggebrooden van 3 K.G.
a 32 ets. de K.G., 36 wittebrooden a 20 ets., 40 dub-
beltjes brooden, 230 broodjes van 2.3 ets. en 730