Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
7. Mijn buurman is rentenier en heeft in een jaar an-
derhalf duizend en anderhalf honderd gulden meer
inkomen dan in eene maand. Hoeveel inkomen
heeft hij in drie maanden?
8. Als men voor vierdehalve K.G. suiker 2.80 gl. moet
betalen, wat is dan de prijs van 33 K.G. ?
9. Een baas met 7 knechts verdienden op zekeren dag
8 gulden en 8 stuivers. Als de baas 8 stuivers
per dag meer verdient dan een knecht, hoeveel is
dan ieders dagloon?
10. Van een vat boter verkocht iemand do helft en
en nog 3 K.G. voor 23 gl. en de rest voor een
dubbeltje per K.G. duurder. Hoeveel geld ontving
hij voor het vat?
13.
1. Hoeveelmaal is een half tiende in anderhalf begrepen ?
2. Hoevfiel bedraagt het verschil tusschen 6 tiental-
len en 6 tienden?
3. Als 3 tiende deelen van eene partij graan CO H.L.
bedragen, hoe groot is dan één tiende deel en hoe
groot is de geheele partij?
4. Ik zag gisteren eene som geld, waarvan het 0.6 deel
■420 gl. bedroeg, hoe groot was de geheele som?
5. Van eene partij koffieboonen kocht een winkelier
het 0.13 deel en had nu 223 K.G. Uit hoeveel K.G.
bestond de partij?
C. Eene hoeveelheid erwten, groot 6.5 H.L., was t«
koop voor 16 gl. den H.L. A kocht er 0.3 deel