Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
9. Een ander ging met 65 kazen ieder van 3 K.G. en
verkocht ze tegen 59.30 gl. de 50 K.G. Hoeveel
geld moest deze ontvangen?
10. Voor eene hoeveelheid appelen, waarvan 3.S D.L.
de helft is, wordt het 3e gedeelte van 0.30 gl. be-
taald. Wat zou naar dien prijs een H.L. kosten?
§ 11.
1. Iemand kocht 0.8 van 23 M. katoen en betaalde
voor den M. 7 stuivers min een cent. Hoeveel kroeg
hij van een muntbiljet van 10 gl. terug?
2. Een slager kocht eene koe. Hij betaalde den koop-
man met een bankbiljet van 1000 gl en kreeg nu
zooveel terug als drie koeien kostten; hoeveel scha-
pen van 25 gl. het stuk kou hij voor het terug ont-
vangen geld koopen?
3. Die koe Werd geslacht en leverde 400 K.G. vleesch
cn vet op, dat de slager verkocht door elkander voor
83 cents de K.G. Voor de huid kreeg hij juist zoo-
veel als de belasting bedroeg, die hij moest betalen,
hoeveel verdiende hij op de koe?
4. Een boer had 13 schapen. Een derde gedeelte daar-
van wierp ieder 2 lammeren en de overigen elk
één. Hij verkocht die lammeren voor 14.50 gl. het
stuk; hoeveel geld ontving hij, als er 2 lammeren
verdronken?
5. Als men voor derdehalve K.G. boter 2.23 gl. moet
betalen, hoeveel kost dan een vat boter?
C. Een boer ging naar de markt met 24 koppen boter