Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
§ 10.
■I. Een landbouwer verkocht eens anderhalf duizend
witte kooien voor 4.50 gl. de 100. Hoeveel geld
moest hij ontvangen?
2. Later plukte hij 4000 wortelen en bond ze aan bos-
jes van 23. Hiervoor ontving hij 3 gl. Hoeveel
bosjes wortelen had hij voor een dubbeltje verkocht?
3. Als een dozijn stoelen en een leuningstoel te zamen
-10 gulden kosten en de leuningstoel 2. gl. meer
kost dan een andere, vraagt men naar den prijs
van C gewone stoelen.
4. Drie jongens zouden 16.30 gl. deelen. De eerste
moest 2.i0 gl. meer hebben dan de ^weede en de
tweede moest 1.20 gl. meer hebben dan de derde.
Hoeveel bekwam ieder?
3. Vader kocht eens eene tafel, een spiegel en eene
kachel te zamen voor 30.30 gl. Als de spiegel
1.30 gl. meer kost dan de tafel en de kachel 4 gl.
meer dan de spiegel, hoeveel kost dan elk stuk?
6. Mijn zusje heeft in haren spaarpot 9 kwartjes, 13
tienstuiversstukjes en 6 dubbeltjes. Hoeveel moet
zij garen om 5 rijksdaalders te hebben?
7. Een boer ging naar de markt met 212 eieren; doch
brak er eenige onderweg. Hij verkocht ze de 3
voor een dubbeltje en ontving nu 7 gl. op 6 stui-
vers na. Hoeveel eieren had hij gebroken?
8. Later ging hij naar de markt met 100 kazen elk
van 2 K.G. Hij verkocht ze tegen 39 gl. de 50 K.G.
Hoeveel geld moest hij ontvangen?