Boekgegevens
Titel: Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Deel: Derde stukje
Auteur: Meurs, J.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1876
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6508
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201433
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opgaven ter berekening uit het hoofd voor de leerlingen der lagere school: behoorende bij de Handleiding voor het rekenonderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
6. Een jongen trok 23 honderdsten van 23 tienden af;
hoeveel liield hg over?
7. Iemand kocht een stukje bouwgrond, groot C2.S A.
Hoeveel A. was het kleiner dan eene H.A. ? Hoe-
veel M'. was het groot?
8. Iemand verdiende op Maandag \ .23 gl., op Dins-
dag 1.75 gl., op Woensdag 0.80 gl., op Donderdag
2.20 gl., op Vrijdag 0.45 gl. en op Zaterdag 1.03 gl.
Als hij in die week eiken dag 21 stuivers uitgaf,
hoeveel kon hij dan overhouden?
1). Iemand kocht zesdehalve K.G. tabak en gebruikte
daai-van de eerste week 3 K.G. en 5 D.G. Hoeveel
H.G. had hij toen over?
10. Moeder kocht eens van een koopman 20 M. linnen
van 62.3 cent den M. Zij gaf den koopman 4-rijks-
daalders en 5 guldens; hoeveel moest zij terug
ontvangen?
§ 8.
1. Een winkelier ontving een vat petroleum. Hij ver-
kocht er 12 maal achtereen 12.3 L. van, terwijl hij
toen nog 33 d.L. over had. Hoeveel D.L. waren
in dat vat geweest?
2. Als hij den L. had ingekocht voor vierdehalven stui-
ver en verkocht voor 2 dubbeltjes min anderhalven
cent, hoeveel had hij dan op die petroleum verdiend,
zoo hij het ledige vat verkocht voor 1.50 gl.?
5. Als gij weet, dat een gulden juist eene D.G. weegt
en het 55 duizendste daaiTan geen zilver is, hoe-
veel G. zilver bevat dan de gulden?