Boekgegevens
Titel: Leerboek der mechanica
Auteur: Michaëlis, G.J.
Uitgave: 's Hage: Henri J. Stemberg, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6527
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201432
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke mechanica
Trefwoord: Mechanica, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der mechanica
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
krachten, die in tegengestelde richting werken , hebben tot
resultante haar verschil; men vindt dit uit de formule (9)
als men daarin « = 180° stelt. Indien in de laatstgenoemde
onderstelling de krachten even groot zyn, is de resultante
nul. De krachten heffen elkaar in dat geval op; zi] maken
evenwicht met elkander; het punt zal zich bewegen alsof er
geene krachten op werkten. Drie krachten, die in een zelfde
plat vlak op een punt aangrijpen, maken evenwicht met
elkander, als de resultante van twee dezer krachten gelijk
en tegengesteld is met de derde.
Om in het algemeen te onderzoeken, of een aantal ge-
geven krachten, die hetzelfde aangiijpingspuut hebben, even-
wicht maken, moet men ze samenstellen; is de resultante
nul, dan is er evenwicht.
Evenals men, gelijk wij vroeger aangetoond hebben,
eene snelheid in gegeven richtingen ontbinden kan, kan dit
ook met eene kracht geschieden. Men kan deze ontbinding
volgens rechthoekige assen toepassen, om de resultante van
een aantal krachten op gemakkelijke wijze te berekenen.
De formulen (7), (8), (11) en (12) enz. van hoofdstuk II,
kunnen onmiddellijk voor de samenstelling van krachten,
wier richtingen door één punt gaan, in overeenkomstige
gevallen gebruikt worden.
§ 6. Derde grondstelling. Wanneer een lichaam eene
kracht op een ander uitoefent, oefent omgekeerd dit tweede
lichaam eene even groote kracht in tegengestelde richting
op het eerste uit.
Dikwijls wordt deze grondstelling aldus uitgedrukt: bij
de onderlinge werking van lichamen zijn actie en reactie
altijd aan elkander gelijk.
Wanneer bv. een lichaam eene drukking op een auder
lichaam uitoefent, ondervindt het zelf eene drukking in
tegengestelde richting. Drukt men met den vinger tegen
een steen, dan oefent de steen eene even groote drukking
tegen den vinger uit. Indien een paard een rijtuig voort-
trekt, wordt het met dezelfde kracht teruggetrokken.
Als twee voorwerpen bij hunne beweging met elkander